Maak zelf een duurzame tuinpoort

Een houten tuinpoort kan een flinke duit kosten. In deze aflevering maken we een budgetvriendelijk alternatief. Dat doen we door thermowood te gebruiken. Dit is hitteverduurzaamd hout, waardoor het de concurrentie aan kan met hardhout. 

Transciptie 

Het kader van de oude tuinpoort moet eerst weg. Dit was niet goed geplaatst. De ene paal was enkel in de muur verankerd, en de andere paal was rot. Een stormwind heeft een einde gemaakt aan de poort, dus werd het meteen tijd om ze te vervangen. We halen nieuwe palen. Deze zijn iets steviger.
Omdat deze poort tussen twee muren komt, zetten we eerst de palen. Zo kunnen we straks precies de ruimte tussen de twee pilaren opmeten én de poort op maat maken.
Om de palen te plaatsen gebruik je een schop en een spade, een verstekzaag, impregneermiddel, vloeibaar rubber en verfborstels.
Een deel van deze palen, ongeveer een derde, zetten we straks in de grond. Dat stuk kan je later niet meer behandelen, dus dat is ons eerste werk.


Het impregneermiddel voorkomt de aantasting door schimmels of houtrot. Je brengt het gewoon aan met een verfroller geschikt voor beits én laat het daarna voldoende drogen.
Onderaan brengen we dan nog een vloeibare rubberen coating aan. Zo beschermen we het gedeelte dat in de grond komt nog eens extra tegen houtrot. Breng de coating aan tot aan het maaiveld.
Bovenaan zagen we een dakje. Dat dakje zorgt er voor dat er op de paal geen water blijft staan. Stilstaand water kan er ook voor zorgen dat het hout rot, dus dit moeten we altijd vermijden.
Daarvoor stellen we onze verstekzaag in onder een hoek. Een lichte hoek is genoeg, maar wil je de hoek scherper maken omdat je dat mooier vindt, mag dat altijd.
Zaag aan de bovenkant van de paal. Zorg dat je met je zaagsnede zeker voorbij het midden van de paal komt. Draai de paal dan een kwartslag om. Maak dat je zaagblad gelijk ligt met de rand van de zaagsnede die je al maakte. Draai de paal nu nog een kwartslag en doe hetzelfde. Ga door tot je een mooie piramide hebt aan de bovenkant van de paal.
Nu de palen nog plaatsen. Daarvoor graven we een gat in de grond. Leg de aarde even aan de kant. Je gaat er straks nog nodig hebben om het gat deels terug op te vullen. Als het nodig is, haal dan een deel van de bestrating weg. Je gat moet ongeveer vijftig op vijftig centimeter groot zijn. We steken de palen ongeveer een meter in de grond, dus zorgen we er voor dat het gat diep genoeg is.
Je kan de palen dan uitlijnen. We willen dat de poort in lijn komt met de gevel, dus spannen we een metserstouw gelijk met de gevel. Daarmee lijnen we de positie uit van de tweede paal. We zorgen er voor dat het metserstouw de gevel net niet raakt, zodat er een strakke lijn is. Duidt aan waar de paal aan de andere kant moet komen.
Om de palen even hoog te krijgen, duiden we nog een meterpas aan. Meet een meter vanaf de dorpel en zet die maat ook over naar het andere eind, waar de tweede paal moet komen.
Heb je alles diep genoeg uitgegraven? Dan kan je de palen plaatsen. Zet ze voorlopig vast met schoren en lijmklemmen. Zo kan je de positie van de paal nog aanpassen. Plaats de paal niet volledig waterpas, maar laat hem lichtjes naar buiten hellen. Een poort weegt namelijk flink wat, dus de paal zal, met de poort er aan, vanzelf lichtjes naar binnen hellen.
Voor extra stevigheid verankeren we de paal nog in de muur. Boor daarvoor eerst een holte in de poort met een speedboor, zodat de kop van de houtdraadbout er in past. Boor met een slangenboor een gat waar het draadgedeelte van de schroef door kan. Het centerpunt van je speedboor kan je nu gebruiken om ook dit gat te centreren.
Om de positie in de muur over te zetten, gebruik je een steenboor in dezelfde diameter. Neem de paal weg en boor het gat verder in, maar nu met een boor in dezelfde diameter als de plug. Steek de plug in de holte en plaats de paal terug. Nu kan je met de houtdraadbouten de paal vast zetten aan de muur.
Maar enkel door het aan de muur verankeren, staat je paal niet vast. We betonneren de paal nog vast in de aarde. Dat doen we voor beide zijdes. We zorgen er voor dat het grootste deel van het beton zit aan de binnenzijde én aan de kant naar waar de poort open draait. Het gewicht van de poort zal de paal immers naar die richting trekken.
De put vullen we grotendeels met snelbeton. Zorg er voor dat de put wat vochtig is en doe er het droge mengsel bij. Doe telkens een halve zak snelbeton in de opening en de helft van het water. Op de verpakking vind je het aantal liter water dat je nodig hebt per zak. Wissel af en meng het even door als het kan.
Is het snelbeton wat droog? Dan kan je het gat verder vullen met een deel van het zand dat er nog ligt. Als het beton droog is, kan je de schoren ook verwijderen.
Dan kunnen we in ons atelier de poort zelf maken. We maken ons kader, en dat betekent dat we eerst een deel van de balken op maat moeten zagen.
Daarvoor gebruiken we een zaag, een schroefboormachine, schroeven en houtlijm.


Geïmpregeneerd hout is chemisch verduurzaamd naaldhout. Het hout wordt vacuum getrokken en dan wordt er impregneermiddel aan het hout toegevoegd. Zo is het beschermd tegen schimmels én houdt het zijn sterkte.
Zaag alle elementen op maat volgens het plan en sorteer ze. Geef ook alle stukken die hetzelfde zijn dezelfde markering. Zo vind je straks meteen het juiste stuk.
Moet je telkens hetzelfde stuk zagen. Gebruik dan het eerste als mal. Leg het einde samen en teken af tot waar je moet zagen. Zo hoef je niet telkens te meten.
Dan kan je het kader maken. Dat doe je het best op de grond. Zo maak je het zeker vlak. Leg eerst alle stukken van je kader uit.


Als je het kader hebt uitgelegd, meet je nog eens alle maten na en vergelijk je ze met het plan. Zo ben je zeker dat je het juist hebt gemaakt.
Leg de balken ook meteen zo dat de groeiringen van het hout in tegenovergestelde richting liggen. Zo voorkom je dat je hout krom trekt.
Breng de constructiehoutlijm aan waar twee delen moeten samen komen. Leg de delen gelijk en schroef ze dan tegen elkaar. De combinatie van schroeven en houtlijm zorgt voor een sterke houtverbinding.
Lijm nog niet alles samen. De hoeken waarin de schoren moeten komen, schroef je nog niet vast. Hier moet je straks nog wat hout weg nemen.
Tijdens het schroeven blijf je controleren of je wel haaks aan het werken bent. Doe dat zeker voor je de hoeken definitief verbindt. Bij een grote constructie kan je dat het gemakkelijkst doen door de diagonalen te meten. Als deze dezelfde lengte hebben, is je constructie haaks. Zoniet, ga je wat moeten wringen en aanpassen tot je kader wel haaks is.
Dan maak je de schoren. Pas eerst een stuk op de plaats waar hij moet komen. Duidt precies aan waar je een stuk moet uitzagen.
Stel je verstekzaag in onder de juiste hoek. Zaag je schoren zodat ze precies passen. Kan je de hoek niet met je verstekzaag zagen? Dan kan je evengoed een kapzaag nemen. Hiermee krijg je ook een mooie, rechte snede.


Verbind nu alle delen die nog niet vast zitten met houtlijm en schroeven.
Met het eerste kader klaar, kan je de tweede vleugel ook maken. Die vleugel is precies dezelfde. En nu je er al eentje gemaakt hebt, zal de tweede wat vlotter gaan.


In principe moet je in dit zachte hout het hout ook niet voorboren voor je de schroeven indraait. Maar dicht bij de rand van het hout doen we dit wel. Zo voorkomen we dat het hout daar gaat splijten.
Het kader is af en de palen zijn geplaatst. Maar we zijn nog niet klaar. We moeten het kader nog bekleden, het beslag plaatsen en alles op zijn plaats zetten op de locatie. Hoe we dat precies aanpakken, zie je in de volgende aflevering.

In het vorige deel zag je al hoe we onze tuinpoort plaatsten. Omdat deze tussen twee elementen moest komen, werden de palen eerst geplaatst. Die werden stevig verankerd in het beton. Dan konden we opmeten tussen de palen om de tuinpoort precies op maat te maken. We maakten het kader uit geïmpregneerd hout en voorzagen een slag om het dichtslaan van de tuinpoort te beperken. Verder zorgden we voor de stevigheid van het kader door schoren te voorzien.
Nu gaan we het kader bekleden. Het eerste wat we aanbrengen, is een beschermende geveldoek.


Verder is de geveldoek nog eens UV-bestendig. Een gewone plastic folie zou door het zonlicht aangetast worden en stuk gaan. Je kan het doek simpelweg vast nieten op het kader. Plaats het met de donkere kant naar buiten. Zorg voor wat overlap aan de zijden.
Bekleed beide zijden van het kader voor een goede bescherming. Een deel van de overlap kan je dan aan de bovenkant over plooien. Zo is die meteen beschermd tegen water. Het teveel aan geveldoek naast het kader snij je af.
Dan kunnen we het kader bekleden. Dat doen we met tand- en groefpanelen. Die nagelen we vast met een nagelpistool. Je maakt ze op maat met een zaag.
Eerst zagen we de bovenkant af. Dit doen we onder een licht verstek. Zo blijft er bovenaan minder gemakkelijk water staan. We leggen de planken op het kader en zorgen dat ze bovenaan mooi gelijk liggen. Het gemakkelijkst is dat je ze meteen gelijk legt met het kader. Dan nagel je de planken vast.


Het thermische hout kan je vast maken met gegalvaniseerde nagels. Het hout zal de nagels niet aantasten, in tegenstelling tot hardhout. Hier gebruiken we wel inox nagels, omdat de koppen van de nagels bloot blijven. Roesten deze, dan kunnen er roeststrepen op het hout ontstaan.
De laatste plank moet je waarschijnlijk in de lengte op maat maken. Dat gaat het gemakkelijkst met een tafelzaag. Stel de langsgeleider in en zaag de plank op maat.
De bovenkant ligt mooi gelijk met het kader. Om de onderkant nu ook mooi gelijk te krijgen, gebruik je een cirkelzaag. Langs een regel zaag je alle planken tegelijk af. Je kan dit ook onder een hoek doen, zodat je een druipneus krijgt voor de regendruppels.
Als beide vleugels van de poort bekleed zijn, kan je het poortbeslag monteren. We zorgen voor drie hengsels. Die plaatsen we zodat ze precies in de balken van het kader terecht komen. Zo kunnen we ze stevig verankeren in de poort.
Lijn even uit waar de hengen moeten komen. Boor in het hout waar de openingen zijn voorzien voor de houtdraadbouten.
We gebruiken houtdraadbouten in dezelfde kleur als de hengen. Dit is het mooist. Je kan ze gewoon indraaien met een sleutel of een ratelsleutel, maar je kan ze ook vast maken met een schroefboormachine en een bit met een zeskantskop.
Je kan ook grondgrendels plaatsen. Deze houden de poort tegen tijdens het waaien, of zetten ze stevig op slot.
Met de hengen zijn de laatste elementen aan onze poort bevestigd, tijd om ze naar de locatie te brengen.
Onderweg doen we nog wat boodschappen. We hebben nog wat signalisatie nodig, zodat er later niemand voor de poort parkeert.
Daar plaats je de poort op wat blokjes. Probeer ze meteen op de hoogte te plaatsen waar ze moet komen.
Nu kan je de duimen bevestigen waar de hengen aan komen te hangen. Schuif ze er gewoon in en maak ze vast aan de palen. Gebruik hiervoor stevige schroeven, er komt immers flink wat gewicht aan deze duimen te hangen.
Nadat je de eerste vleugel hebt geplaatst, kan je ook de tweede monteren. Om de poorten op hoogte te brengen en uit te lijnen, kan je montagekussens gebruiken. Deze kan je opblazen tot op de gewenste hoogte. Om de poort dan wat naar beneden te brengen, laat je wat lucht uit de zakjes. Zit de poort zo goed als op dezelfde hoogte bovenaan? Dan kan je de duimen ook aan de andere kant monteren.
De doorgang moet natuurlijk ten allen tijde vrij gehouden worden. Omdat de buren zich niet zullen vergissen, brengen we nog een bordje aan.
We brengen ook nog een ander bord aan. Zo worden verwachte, of onverwachte, bezoekers gewaarschuwd dat ze een verwelkoming van een hond krijgen.
Kleef de bordjes vast met polymeerlijm. Deze hecht zowel op de zuigende bakstenen als op het harde plastic waaruit de bordjes zijn gemaakt.

 

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.