Hoe een keramisch terras leggen

Een keramisch terras is mooi en goed te onderhouden. Normaal gesproken plaats je het in de mortel, maar er is een alternatief. We plaatsen het hier op stabilisatiematten.

Transciptie 

We bouwen in deze aflevering het terras stap voor stap op. We beginnen bij de fundering en werken af met keramische tegels. En we werken dit keer niet met mortel of tegellijm, maar met stabilisatieplaten.


We beginnen met het leggen van een stevige basis. Hier ligt er al een onderfundering. Die is van gebroken steenpuin. We moeten de onderfundering nog wel aantrillen. Dat doe je het best met een trilplaat. Door de ondergrond aan te trillen verdicht je de fundering. Hierdoor wordt ze steviger en zakt ze later niet in.
Dan kan je de fundering laten leveren. Wij kiezen voor stabilisé. Dat is een licht vochtig mengsel van zand en cement. Het water in de specie gaat de cement na verloop van tijd laten verharden, waardoor je een stevige basis krijgt. Voor een grote hoeveelheid, zoals dit terras, laat je de stabilisé het best leveren. Is het een zonnige dag? Dek hem dan af met een zeil. Zo blijft hij langer verwerkbaar.
Tussen het huis en de nieuwe fundering plaatsen we nog een randisolatie. Door de elementen los van elkaar te plaatsen, zorgen we er voor dat de beweging van het huis of het terras geen invloed heeft op elkaar.
Terwijl dat gebeurt, kunnen we ook alvast het meterpas uitzetten. Onze referentie is hier het afvoerputje. Dat is al geplaatst en staat op de correcte hoogte van de dorpels. Om die hoogte over te zetten naar de rest van het terras, gebruiken we een bouwlaser. Die kan je als particulier huren bij een verhuurfirma. Je kan, als je dat wil, ook het niveau overzetten met een pasdarm.
We zetten het niveau van het afvoerputje dus over. Daarvoor gebruiken we de laserlat die bij de bouwlaser huren. Breng de ontvanger op het niveau van de laserlat. We gaan onze meterpas zetten op het niveau waarop het stabilisébed moet komen te liggen. Meet dus even op hoe dik je bestrating gaat zijn. Hier komen er keramische tegels op te liggen, én een stabilisatiemat. We meten dus de dikte van die twee elementen op.
We zetten de meetlat van onze bouwlaser dan omhoog, evenveel als de dikte van de tegel en de funderingsplaat. We plaatsen nu een aantal piketten in de grond en zetten die op dat niveau. Als de laser een lange toon geeft, dan zitten we op het correcte niveau. Plaats zo aan het uiteinde van het het terras aan de kant van de muur twee piketten. Daartussen kan je dan een metserstouw spannen. Als alles goed is, moet dit metserskoord nu onder je referentiepunt liggen, precies de dikte van de tegel en de stabilisatiemat.
Aan de andere zijde van het terras, aan de kant van de tuin, moet het terras lager komen te liggen. Het is namelijk de bedoeling dat je terras lichtjes afwatert. Zo blijft er geen regen op staan. Laat het altijd afwateren van je huis weg. Hier moeten we het niveau dus een paar centimeter laten zakken. Daarvoor verhogen we opnieuw de ontvanger op de laserlat enkele centimeters. Steek dan ook op dit niveau piketten in de grond waartussen je een metserskoord spant. Span de touwen goed op. Zo weet je zeker dat ze niet doorbuigen.
Dan kunnen we beginnen met het aanvoeren van het gestabiliseerd zand. We vullen een eerste vak dat we straks gaan afreien. Bij grote oppervlakken, zoals hier, werk je het best in vakken. Die kan je dan vak per vak afwerken. Alles in één keer doen, zou teveel zijn. Bestel ook maar zoveel stabilisé als je op één dag kan verwerken. Je kan achteraf altijd bijbestellen, maar stabilisé die geleverd is, wordt hard en als je hem niet op tijd kan verwerken, is hij verloren.
In de helft van de fundering plaatsen we nog een wapeningsnet. Hierdoor vermijd je scheuren in je fundering.


Om te weten hoe hoog je de fundering moet maken, kan je nu een metserskoord spannen tussen het metserskoord aan de gevel en dat aan de tuinkant. Zorg dat het koord het andere koord net niet raakt. Zet het strak en laat het het andere koord niet naar beneden trekken.
Je mag nu gerust een pak hoger gaan dan het koord. Straks trillen we alles aan en gaat de fundering nog zakken. Met een hark kan je de stabilisé dan verdelen zodat ze overal al ongeveer gelijk ligt.
Tril dan het stabilisé aan. Door het aan te trillen verdicht je het stabilisé. Hierdoor krijg je een stabiele fundering. Een trilplaat kan je zowat overal huren.
Langs je huis is het moeilijker om met een trilplaat te werken. Daar kan je gebruik maken van een aandammer.
Na het aantrillen ligt je stabilisébed nog niet vlak genoeg om op te kunnen tegelen. Daarvoor moeten we het nog vlak trekken. Voor het gebruik van de stabilisatieplaten moet de ondergrond volledig vlak liggen.
Met een hark ruw je eerst het oppervlak wat op om het te kunnen afreien. In het stabilisébed plaats je dan afreiprofielen. Leg die op het niveau van het metserstouw. Klop ze voorzichtig in het stabilisébed.
Plaats dan een tweede afreiprofiel iets minder ver dan de lengte van je rei. Zo kan je er vlot op afreien. Maak het jezelf ook nu gemakkelijk en span een metserskoord. Op die hoogte plaats je weer een profiel. Maak het stabilisébed wat los en desnoods giet je nog wat losse stabilisé bij. Die kan je dan beginnen afreien.
Met een lange rei trek je de fundering vlak. Heb je een beetje tekort? Dan kan je met een pleisterspaan wat extra stabilisé op die plaat leggen. Druk het een beetje aan voor je terug afreit.


Het teveel aan zand haal je ook telkens weg van achter je rei, zo wordt het niet te zwaar. Je kan het gerust in het vak er naast leggen. Ben je klaar met het eerste vak? Dan kan je doorschuiven naar het tweede deel. Je moet daarvoor weer stabilisé aanvoeren.


Met goede, licht vochtige stabilisé kan je een sneeuwbal maken, zonder dat hij uit elkaar valt. Het afreien van de stabilisé is best een zware klus, maar het is belangrijk voor je resultaat. Steek er dus zeker genoeg tijd in.


Voor je die platen plaatst, kan je het best je fundering nog eens vegen met een zachte borstel. Zo neem je de kleine oneffenheden weg. Wacht wel tot de fundering volledig droog is om dit te doen.
Op je vlakke fundering kan je dan de platen leggen. De voeg van de platen komt het best niet overeen met de voeg van de tegels. Daarom moeten we van de eerste rij een stuk afsnijden.
Ook rond de openingen snijden we een stuk weg. Gelukkig gaat dat gemakkelijk met een breekmes.
Op de kopse zijde moet je er voor zorgen dat de voeg verspringt. Zo krijg je een stabiele onderbouw voor je tegels.
Op de stabilisatieplaten kan je dan los de tegels leggen. Leg die niet tot tegen de muur, maar hou een beetje afstand. Dat doe je met kaleerblokjes.
Leg een tegel in het begin van de muur en eentje op het einde. Daartussen span je dan een metserstouw. Zo weet je dat je tegels gelijk komen te liggen. Bij een muur kan het natuurlijk zomaar dat de ene steen een beetje meer naar voor ligt dan een andere. Door de tegels dan langs het metserstouw te leggen, springt er geen een uit de band.
Rond het afvoerputje moet je nu ook een opening maken in je tegel. En in tegenstelling tot bij de funderingsmatten, kan je dit niet doen met een breekmes. Hiervoor heb je groter materiaal nodig.


Vul de bak met water tot boven de motor. Draai de kraan van de waterkoeling open, steek de stekker in en je kan zagen. Vergeet niet jezelf te beschermen. Een zaagtafel maakt veel en een scherp lawaai. gehoorbescherming is dus verplicht. Een bril kan vermijden dat er splinters van het zagen in je oog springen.
Zaag nu de opening voor het afvoerputje uit. Om een hoek uit te snijden, zoals hier, geraak je niet ver genoeg met je tafelzaag. Het laatste stukje kan je met de haakse slijper uitslijpen. Als laatste kan kan je met een kleine hamer het laatste stuk er uit tikken.
Om het kleine hoekje bij te werken, kan je nog aan de slag met de haakse slijper. Gebruik wel altijd een slijpschijf met een vol diamantblad om te vermijden dat brokjes af je tegel springen.
Leg dan de tegelrij verder. Tussen de tegels zet je telkens voegkruisjes. Hierdoor hou je overal dezelfde voegbreedte aan. De tegels op de funderingsmatten leggen loop vlot.
Een uitsparing zagen neemt natuurlijk wel wat meer tijd in beslag. Maar met een watergekoelde tafelzaag weet je wel zeker dat je een mooi resultaat krijgt.
Voor een uitsparing in het midden van de tegel zaag je weer eerst tot aan het uiteinde. De rest snij je door met de haakse slijper. Snij eerst bovenaan de tegel van lijn tot lijn. Helemaal doorsnijden kan je hier niet doen. Daarom draai je de tegel om. Langs achter kan je wel verder doorsnijden. Deze zijde komt straks onderaan te liggen. Snij de opening verder uit tot het blokje er uit valt.
Als de eerste rij er ligt, kan je je referentietouw wegnemen. De volgende rijen leg je nu gewoon tot tegen de eerste rij. Gebruik wel terug voegkruisjes om een gelijke afstand aan te houden.
Om te tegels gemakkelijk te plaatsen, kan je eventueel gebruik maken van zuignappen. Die zetten zich vast op de tegel en zo kan je hem gemakkelijk vervoeren en plaatsen. We opletten, want zo’n zuignap kan soms loskomen.
Als er geen openingen moeten worden gemaakt, gaat het werk vlot vooruit. Breng nog wat stabilisatieplaten aan zodat je de tegels verder kan leggen.
Door met stabilisatieplaten te werken bespaar je je nu alleszins het werk om mortel of tegellijm aan te maken en tussen de tegels en de ondergrond te leggen.
Blijf kruisjes leggen om een gelijke afstand aan te houden tussen de tegels.
We moeten nog een putdeksel installeren. Verwijder het oude betonnen deksel dat er was om de put te beschermen. Rondom halen we nog wat stabilisé weg. Zo maken we de basis vrij om het putdeksel in te steken.
Het putdeksel zelf leggen we vast met polymeerlijm. Leg er een tegel naast om te zien hoe hoog het deksel moet komen te liggen. Steek dan kaleerblokjes van de juiste dikte aan de onderkant. Met wat polymeerlijm kan je dan het kader vast leggen.
De binnenkant van het kader kan je dan in leggen. De tegels er rond moet je weer op maat snijden. Een hoek uit de tegel halen is gemakkelijk met de tafelzaag. Je zet gewoon in in twee richtingen. Zaag telkens tot het lijntje. Het laatste zal je weer met de haakse slijper er uit moeten nemen.
Het aftekenen doe je het best op de plaats zelf. Leg de tegel er naast en teken af. Hou natuurlijk wat spatie tussen de plaats van het deksel en de tegel zelf. De dikte van een meterblad, zo’n drie millimeter, is voldoende.
Leg de gezaagde tegels rond de opening van het putdeksel. De rest van het terras kan je dan ook verder leggen.


Met volkeramische krijg je dus een egalere kleur van terras. De tegels vergrijzen ook niet na verloop van tijd. Ze houden hun kleur.
Als laatste vul je het putdeksel. Als je dit pas de volgende dag kan doen, dan moet je natuurlijk nieuwe stabilisé aanmaken. Daarvoor gebruik je het best kant-en-klare zakjes. Die hebben meteen de juiste verhouding zand en cement. Daarbij voeg je de hoeveelheid water die op de verpakking staat. Zo heb je zeker een goede, stevige stabilisé.
Uit een volle tegel halen we nog de hoekjes, zodat die volledig er in past. Om de voeg te laten doorlopen, tekenen we ze af op de tegel.

Hier snijden we de tegel dan door. We doen dit niet volledig, dit is niet per se nodig. We maken dat de snede diep genoeg is om het voegsel in te laten hechten.
Leg de steen dan in het putdeksel. Vergeet niet dat er nog een stabilisatieplaat onder moet.
Als alle tegels zijn gelegd, kan je de boordstenen plaatsen. Ook die leg je vast in de stabilisé. Zorg voor een klein stabilisébed waarin je de boordsteen kan zetten. Klop ze een beetje aan zodat ze precies gelijk komen met de hoogte van je terras.
Door ze aan de zijkant wat in te bedden, leg je de boordsteen goed vast. Zo vallen ze niet meer om en zeker niet als de stabilisé hard is.
In een volgende aflevering leggen we rond het huis nog een klinkerpad. We wachten nog even met het opvoegen tot we alles gelegd hebben. Zo kunnen we alles in één keer doen.
Het voegen van deze tegels op de stabilisatiematten gebeurt met polymeerzand. Strooi daarvoor het polymeerzand uit over de oppervlakte en veeg het in de voegen. Het terras moet wel droog zijn voor je dat doet. Dat doe je diagonaal over de tegels. Als het voegmiddel in de voegen zit, verwijder dan het teveel aan voegmiddel door nog eens te vegen of door met een blazer het weg te blazen.
Als het teveel aan voegmiddel weg is, maak dan je terras nat met een zachte straal van je tuinslang. Zorg dat het oppervlak nat blijft.
Daarna ga je er met een harde straal nog eens over, maar onder een scherpe hoek. Zo spoel je het teveel aan zand weg van de tegels.

 

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.