TIPS BIJ HET PLAATSEN VAN VALSE WANDEN

Het plaatsen van een valse wand is een echte doe-het-zelfklus, die bij een renovatie vaak nodig blijkt. Er zijn dan ook verschillende redenen om een valse wand te plaatsen: misschien staan de muren in een kamer niet helemaal recht, of zijn ze in slechte staat en wil je ze bedekken. Of je wilt leidingen of een oude schouw wegwerken. Een andere reden kan zijn dat je een ruimte van binnenuit wilt isoleren; ook dan zul je een valse wand moeten plaatsen. Ten slotte biedt een valse tussenwand ook uitkomst bij de herindeling van een ruimte; zo creëer je twee aparte kamers.

Transciptie 

Het plaatsen van een valse wand is een echte doe-het-zelfklus, die bij een renovatie vaak nodig blijkt. Er zijn dan ook verschillende redenen om een valse wand te plaatsen: misschien staan de muren in een kamer niet helemaal recht, of zijn ze in slechte staat en wil je ze bedekken. Of je wilt leidingen of een oude schouw wegwerken. Een andere reden kan zijn dat je een ruimte van binnenuit wilt isoleren; ook dan zul je een valse wand moeten plaatsen. Ten slotte biedt een valse tussenwand ook uitkomst bij de herindeling van een ruimte; zo creëer je twee aparte kamers.
Roger toonde ons de afgelopen jaren al talloze keren hoe je deze klus aanpakt. In deze aflevering bieden we daarom nog eens een overzicht van de meest gebruikte technieken en de belangrijkste tips.


Voordat je met de echte werken kunt starten, hoor je natuurlijk de nodige voorbereidingen te treffen. De positie van de nieuwe wand en de haaksheid van de ruimte zijn daarbij de eerste belangrijke aandachtspunten.

 

 

Zeker voor een badkamer, waarin een ligbad of douchebak precies in een hoek van 90 graden moeten komen te staan, is het noodzakelijk dat alle muren haaks zijn. Maar wat doe je dan als dat niet het geval is?


Teken dan op de vloer af waar de nieuwe wanden moeten komen. Om sneller te werken, kun je een lasermeter gebruiken.
Een volgende stap is de opmeting. Zo kun je de hoeveelheid materialen berekenen die je nodig zult hebben, zoals de latten of metalen profielen voor je kader, eventueel de OSB-platen als je die zult gebruiken, en de gipskarton- of cementplaten.

Je kunt al eens testen hoe de opbouw er zal uitzien door de verschillende delen los uit te leggen.
Ga je een voorzetwand plaatsen tegen een muur die zich in slechte staat bevindt, kap dan eerst en vooral de grootste oneffenheden weg, zodat je straks minder hoeft uit te latten.
Wat je ook al kunt doen, is het demonteren van de stopcontacten. Natuurlijk schakel je eerst de zekeringen uit.

Daarna is het tijd om het latwerk te plaatsen.


Wie de opbouw van zijn valse wand wil beperken, kan in principe panelen gebruiken die geen zo’n latwerk vereisen, of de gipskarton- of cementplaten rechtstreeks tegen de bestaande muur kleven met kleefgips. Toch is het in de praktijk vaak zo dat een wand niet helemaal recht staat en dat een latwerk dus sowieso nodig is voor de opbouw van je valse wand. Het zal niet alleen extra stevigheid garanderen, maar er ook voor zorgen dat je je platen of panelen straks mooi in één lijn kunt plaatsen.

Je kunt het kader uit hout opbouwen, maar ook uit metaal. We overlopen beide mogelijkheden.
Ga je in hout werken, gebruik dan bij voorkeur SLS- of CLS-balken. Die bestaan uit dennenhout en zijn eenvoudig te verzagen met een handzaag, decoupeerzaag of afkortzaag.

Om het jezelf gemakkelijk te maken, kun je het kader op de grond bouwen en het dan later in zijn geheel tegen de muur zetten.


De staanders van je kader plaats je niet zomaar willekeurig. De afstand die ze uit elkaar staan, wordt bepaald door de breedte van de platen die je er later tegen moeten komen. Zul je bijvoorbeeld gipskartonplaten van 120 centimeter breed plaatsen, dan komen de staande latten om de 40 centimeter, zodat de versteviging op drie punten plaatsvindt.

Een uitzondering is wanneer er plaats voorzien moet worden voor bijvoorbeeld een inbouwtoilet.


Ook belangrijk: Ga je later direct panelen plaatsen tegen het latwerk, denk er dan aan dat de latten haaks op de richting van de panelen moeten komen. Horizontaal geplaatste panelen moeten dus tegen een verticaal latwerk geplaatst worden.

Meet telkens de latten af en zaag ze op maat. Boor voor op de plaatsen waar je ze tegen de muur zult bevestigen. Om sneller te werken, kun je er meerdere op elkaar leggen en erdoor boren.

Schroef de latten aan elkaar om het kader op te bouwen. Zorg ervoor dat alles telkens haaks staat voor je de schroeven volledig vastdraait.
Als het kader af is, plaats je het eerst los tegen de muur om de gaten voor te boren, ongeveer om de halve meter. Gebruik een universele boor; die mag rechtstreeks door het hout in een stenen muur boren zodat je een markering achterlaat. Daarna kan het kader weer even weg, en boor je de rest uit met dezelfde boor of met een steenboor.
Voor je de latten dan vastschroeft, plaats je pluggen in de voorziene gaten. Met een hamer kun je ze desnoods wat dieper slaan.
Als je met een vast kader gewerkt hebt en dat waterpas tegen de muur bevestigt, dan staat je hele constructie meteen goed. Maar als je alle latten los tegen de muur bevestigt, moet je ze afzonderlijk regelen. De wand kan namelijk ietwat schuin of bol staan, waardoor je de verschillen moet opvangen. Dat kan met spieën of kaleerblokjes, die je achter de latten plaatst. Maar je kunt ook afstandsschroeven gebruiken, die je bijregelt waar nodig.


Als alle latten er hangen, controleer je nog eens de vlakheid. Dat kan door er een lange waterpas of regel tegen te zetten.

Maak het latwerk vast in het plafond en de vloer. Bij een betonnen vloer hoor je dan wel met schroeven en pluggen of met nagelpluggen te werken.

Ten slotte vul je de ruimte tussen het latwerk en de bestaande elementen op met laag-expansief PU-schuim. Let erop dat je zeker geen PU-schuim met hoge uitzetkracht gebruikt, want dat zou de latten uit elkaar duwen.
Moet je sanitaire aanvoeren verbinden en inbouwelementen plaatsen, dan is dit het moment. Uitsparingen maak je met een multitool of klokboor. Waar nodig houd je de inbouwelementen, zoals de inbouwdoos voor een kraan, met steunbalkjes op zijn plaats tussen het kader.
Het steunkader voor de basis van je valse wand kan je dus uit hout bouwen, maar als je sneller wilt werken kun je ook altijd voor metalen profielen opteren. Daarbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen de horizontale en de verticale profielen. De horizontale zijn bovenaan recht, de verticale zijn daar omgeplooid voor extra stevigheid. Ze zijn dus zo gemaakt dat ze perfect in elkaar passen.

Je maakt dit soort profielen op maat met een plaatschaar. Niet met een haakse slijper, want dan zou je de galvanisélaag op de profielen kunnen aantasten.

Voor extra akoestische isolatie kun je ook nog een akoestische tape voorzien, die je op de onderkant van het horizontale profiel kleeft. Die zal geluidsoverdracht voorkomen.


Je schroeft het profiel om de 60 centimeter vast. Schroef niet te hard, of het profiel zou kunnen vervormen.

Boor alvast gaten in de profielen voor de bevestiging in de muur.

Ook op deze profielen komt een akoestische band. Je plaatst ze in de horizontale profielen, en boort de voorgeboorde gaten in de profielen uit in de muur met behulp van een steenboor.


Daarna maak je alle verticale profielen op maat voor de invulling van het kader.


Ten slotte nog een tip voor als je profielen plaatst in vochtige ruimtes.


Je houten of metalen kader staat nu klaar. Vanaf dan zijn er verschillende stappen die je kunt ondernemen. Je zou er nu meteen afgewerkte panelen tegen kunnen zetten; dan zit je klus er daarna al op. Om te zien hoe je dat doet, kun je de vele video’s op onze website raadplegen.

Een andere optie is om gips- of cementplaten te plaatsen, al dan niet tegen een basis van OSB-platen.
Wat je ook kiest, bedenk eerst of je nog isolatie gaat plaatsen voor je de wand dichtmaakt. Zo verkrijg je niet alleen een betere thermische, maar ook akoestische isolatie. Je kunt de verschillende isolatiematerialen vergelijken aan de hand van de lambdawaarde.


Een vaak gebruikt materiaal voor het opvullen van de ruimte tussen het latwerk of de metalen constructie, is glaswol.


Er bestaan ook gipsplaten waarin al isolatie verwerkt zit. Die plaats je bijna net zoals gewone gipskartonplaten, met dat verschil dat je iets meer aandacht moet besteden aan de overgangen. Dat verduidelijken we straks.

Na het aanbrengen van de isolatie gaan we over naar de volgende stap: het plaatsen van osb-platen.

Dat zien we straks in deel 2 van deze aflevering. We tonen dan ook hoe je gipsplaten en cementplaten plaatst, en hoe je ze hoort af te werken.

Zonet, in deel 1 van deze compilatieaflevering over valse wanden plaatsen, zagen we al welke voorbereidingen je hoort te treffen. Roger toonde hoe je de haaksheid van de ruimte controleert en hoe je correct opmeet. Daarna gingen we over naar de opbouw van een latwerk. Dat kan zowel uit hout als uit metaal bestaan, dus kwamen beide werkwijzes aan bod. Roger gaf mee hoe je het kader ten slotte stevig in de muur verankert, en hoe je uitsparingen maakt waar nodig. Daarna demonstreerde hij ook hoe je isolatie aanbrengt tussen de staanders.

Hoewel je nu in principe al direct afgewerkte panelen zou kunnen plaatsen, willen we hier een stevige valse wand creëren met de nodige draagkracht. We gaan dus eerst verder met het plaatsen van de OSB-platen.


De plaatsing van osb-platen is niet in alle gevallen noodzakelijk. Je zou in principe de gipskarton- of cementpanelen rechtstreeks tegen het latwerk kunnen schroeven. Maar in bepaalde scenario’s zorg je toch beter voor een OSB-ondergrond. Bijvoorbeeld:

– Als je wand extra stevigheid kan gebruiken, zoals bij een halve tussenwand of een douchewand die maar aan één kant contact maakt met de muur;

– Als er extra draagkracht nodig is omdat je later meubels aan de valse wand wilt kunnen ophangen. Zo kan je zonder speciale pluggen de meubels door de gipskarton- of cementplaat vastschroeven in de osb-plaat daarachter. Ook als je op de wand gaat tegelen is de plaatsing van een osb-plaat aan te raden.
Werk je in een badkamer, voorzie dan OSB-panelen type 3; die zijn vochtbestendig.

Je maakt de platen op maak met een cirkelzaag of een handzaag. Voor de uitsparingen gebruik je een decoupeerzaag. Je kunt die invallend gebruiken voor een opening in het midden van een plaat, zoals voor het hangtoilet.
Bij de eerste osb-plaat laat je onderaan een uitzetvoeg door middel van kaleerblokjes. Controleer of hij pas staat en schroef hem aan het kader. De volgende panelen schuif je tand en groef in elkaar en schroef je eveneens vast. Zo werk je verder tot je latwerk bedekt is.

Eenmaal deze klus erop zit, is het tijd voor de plaatsing van de gipskarton- of cementpanelen. Welke je gebruikt, hangt af van de situatie. Ook de afwerking verschilt telkens, dus overlopen we hier beide soorten.


Gipskartonpanelen bestaan er in verschillende varianten; sommige zijn bijvoorbeeld extra hard, of bieden akoestische isolatie. Ze zijn ook niet allemaal geschikt voor dezelfde ruimtes. Zo kunnen enkel de groene platen toegepast worden in vochtige ruimtes zoals de badkamer. Voor de wanden die rechtstreeks in contact komen met water opteer je daarentegen het best voor cementpanelen.
Gipsplaten zuigen water op als ze daarmee in aanraking komen. Daarom zet je ze het best iets van de grond, zeker als je in een badkamer werkt. Zet ze voorlopig op een paar kleine balkjes.

Als de eerste plaat zeker waterpas staat, schroef je hem al gedeeltelijk vast en neem je de balkjes weer weg. Daarna schroef je verder vast. Denk eraan dat je bij gipsplaten wel altijd een uitzetvoeg moet laten bij de overgang naar wanden en plafond.

Om gipsplaten te plaatsen gebruik je gefosfateerde schroeven. Die herken je aan de zwarte kleur. Deze schroeven roesten niet als ze later in aanraking komen met het gips. Bevestig ze met een bit met dieptestop. Zo boor je de schroeven niet door het karton en zit de plaat toch goed vast.


Moet je openingen maken voor leidingen, dan gebruik je een klokboor. Maak hem iets groter dan de diameter van je leidingen.

Voor andere openingen zoals voor een stopcontact komt een gipskartonzaag van pas. Werk van het midden uit en ga voorzichtig naar de rand toe.
Zoals eerder vermeld, bestaan er ook gipskartonplaten waarin de isolatie al verwerkt zit. Op overgangsplaatsen, zoals in de hoeken, vergt dat wat extra aandacht.


Als je een ruimte voorziet van dit soort panelen, werk dan steeds wand per wand. Want stel nu dat je al twee wanden gedaan hebt en er nog één wand tussen moet, dan krijg je die hoeken nooit meer mooi aangesloten.
Let er ook op dat de schroeven die je gebruikt om het gipskarton vast te zetten, daar ook voor geschikt zijn. Gaat het om heel harde platen, dan heb je een speciaal soort schroef nodig.


Eenmaal alle gipskartonplaten geplaatst zijn, kun je de naden afwerken. Je brengt er eerst een gaas over aan. Dat zal ervoor zorgen dat ze op termijn niet scheuren.


Dan kun je gaan pleisteren. Gebruik eerst een filler. Met een spaarbord heb je telkens een voorraadje bij de hand.


Voor een extra controle kan je nog eens met je plamuurmes over de naad gaan. Doe dat schuin en oefen nu vooral geen druk uit.

Laat het gips dan drogen. Ondertussen kan je de schroefgaten vullen. Dat doe je eerst in één richting, waarna je het teveel aan gips wegneemt en dan in de andere richting strijkt.


De hoeken werken we af met een band die speciaal daarvoor dient. Die knip je op maat met een schaar. Waar de hoek de andere hoeken raakt, knip je de band schuin af.


Teken dan even af tot waar de hoekband juist komt. Op die plaats breng je filler aan. Breng gips aan, tot goed in de hoek. Neem daarna het teveel aan gips weg door er met je plamuurmes eens over te gaan.

Dan kan je de voegband aanbrengen. Druk de band goed tot in de hoek.

Neem het overtollige gips weg van onder de band. Dat doe je door in de hoek te vertrekken en het gips weg te nemen naar de zijkant toe. Doe dit nu voor alle binnenhoeken.


Om band aan te brengen waar het plafond de muur raakt, wacht je beter tot de filler in je naad droog is. Anders is er een grote kans dat je je eerdere werk gaat beschadigen. De werkwijze is net dezelfde. Let er in de hoek goed op dat de punten van de band elkaar raken. Maar twee stukken van de voegband mogen zeker niet op elkaar liggen. Dat zou later een verdikking geven die je niet meer weggewerkt krijgt.


Wacht nu tot alle naden droog zijn om de finisher aan te brengen. Plaats je je plamuurmes er tegen, dan zal er achter je mes een kleine opening zijn. Voor het vullen gebruik je deze keer een pleisterspaan. Die is breder dan je plamuurmes. De werkwijze is wel net dezelfde als de vorige keer. Overvul de naad met finisher en oefen eerst weer druk uit op de beide zijkanten. Dan kan je in het midden het overtollige gips wegnemen.

Je weet dat de naad perfect gevuld is als je je plakspaan ertegen kan zetten zonder dat er een opening is. Ook mag er geen afdruk in het gips achterblijven.


Ga ten slotte nog eens over de schroefgaten met een laag finisher. Wacht daarvoor eerst tot de naden volledig droog zijn. Hetzelfde geldt voor de naad tussen plafond en wanden.

Breng de laag finisher aan van in de hoek naar buiten toe. In de andere richting, evenwijdig met de hoek, neem je dan het teveel aan gips weg.


Een tip: wil je extra snel kunnen werken, kies dan een product dat een vuller én finisher in één is.
Wacht nu even tot alle gips droog is, en dan kan je voor een eerste keer schuren. Schuur alles op met een fijne korrel, zodat je geen strepen maakt in je pas aangebrachte gips. De bedoeling is om glad te schuren en niet om weer alle gips weg te schuren.
Als dat allemaal achter de rug is, kun je de gipskartonplaten afwerken zoals je wilt. Je kunt ze bijvoorbeeld verven of betegelen. Wil je er iets aan vasthangen, zorg er dan wel voor dat je geschikte schroeven gebruikt.


In plaats van gipskartonpanelen kun je ook cementpanelen gebruiken. In natte zones zoals rondom een douche is dat ook de meest aangewezen optie.

Cementgebonden panelen zuigen immers geen water op. Je kunt ze daarom ook gewoon op de grond plaatsen.

Cementpanelen maak je op maat met een aangepast zaagblad op je decoupeerzaag. Gebruik je een gewoon houtzaagblad, dan zullen de tanden snel afslijten en zul je je zaagblad snel moeten weggooien. Kies je daarentegen een juist zaagblad, dan gaat het langer mee.

Je kunt de platen ook op maat snijden met een breekmes.


De ruwe randen maak je weer glad met een rasp.

Voor je de platen dan vastschroeft, moet je eerst de randen van PU-lijm of polymeerkit voorzien. Maak ze nat en breng er dan de lijm op aan. Het water zal de lijm sneller doen uitharden.
Cementplaten worden niet gepleisterd, dus worden ze ook met speciale schroeven bevestigd.


Om nu een absolute waterdichting te garanderen, kun je de wand nog van een vloeibare coating voorzien. In dat geval hoor je wel eerst een primer aan te brengen. Doe dat met een verfrol voor de grote stukken, en een borstel of speciale verfrol voor de kanten en hoeken. Ook een telescopische steel komt van pas.
Het afdichtingsmiddel voor de douchewand kan nu aangebracht worden. Best wel even goed mengen, zodat alles een homogene massa vormt. De kleur moet egaal worden. Breng het daarna aan met een verfrol.

In de hoeken breng je alles aan met een kwast, dat is veel preciezer. Terwijl het product nog nat is, breng je een kimband aan. Die dient om overal een waterdichte afsluiting te garanderen. Snijd de stroken op maat en de binnenhoeken in verstek. Druk stevig aan, en zorg dat de folie niet dubbel gevouwen zit, maar overal mooi zit aangesloten.

Waar de koppelingen uit de muur komen, breng je het product zeker goed aan. Daarnaast voorzie je ook nog een speciaal afsluitmembraam. Impregneer het eerst goed met het product. Sluit aan op de wand, opnieuw in de nog natte dichtingsemulsie. Elk type koppeling krijgt zo’n dichtingsmembraam mee. Zo creëer je overal een waterdichte barrière.

Over de nadenband breng je dan nog eens een extra coating aan. Zorg dat er geen lucht achter de dichtingsband zit. Laat alles dan goed drogen.

Na enkele uren kan je een tweede laag leggen, op dezelfde manier als de eerste laag. Breng voldoende aan. In totaal moet je een laagdikte van bijna een millimeter hebben om een goede dichting te krijgen.

Zo is je wand uiteindelijk ook volledig waterdicht en kun je gerust zijn.
Tot zover de meest toegepaste technieken om een valse wand op te bouwen. Hoe je die verder afwerkt, hangt natuurlijk volledig af van je eigen voorkeur. Eventueel kun je de wand eerst nog bepleisteren, en dan gaan verven. Al is behang ook een mogelijkheid. De overgangen naar het plafond bedek je dan met plafondlijsten.

Een andere optie is om op de platen te tegelen. Wat je ook verkiest, voor alle instructies en extra inspiratie kun je terecht op onze website.

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.