naar top
Menu
Logo Print
24/01/2019 - PIETER CHERLET

HOE JE BOVENFREES OPTIMAAL GEBRUIKEN

Wie zijn atelier goed wil uitrusten voor houtbewerking, komt al snel bij de bovenfrees terecht. Werken met de bovenfrees biedt je namelijk heel wat mogelijkheden. Je kan er snel, en met een mooi resultaat, houtverbindingen mee maken, cirkels of ronde gaten mee frezen of meubelplaten mee bewerken. Kortom, deze machine is erg veelzijdig. Dat komt omdat je er heel wat verschillende frezen en accessoires op kan monteren.

FREZEN: ALGEMEEN
FREESTYPES
DIEPTE
GELEIDING
MAAK ZELF JE GELEIDER

1. FREZEN: ALGEMEEN

FREES MONTEREN

frees

Om te frezen, begin je bij het begin: het monteren van een frees in de opnamekop. Blokkeer de as met de spanknop en draai de moer los met de steeksleutel. Zo kan je de frees wisselen.

Let er bij het vastzetten op dat je frees stevig geklemd is, overdrijf echter niet. Wie te hard probeert de moer aan te draaien, riskeert de machine te beschadigen. Draai de moer ook nooit aan zonder dar er een frees in het toestel zit.

VERLOOPSTUK

verloopstuk

Afhankelijk van de dikte van de schacht van de frees gebruik je een verloopstuk. Dit elementje zorgt ervoor dat je frees stevig verankerd zal zitten in je toestel.

Je kiest een passend verloopstuk en schuift het op z’n plaats voor je de spankop aandraait.

AAN DE SLAG

aan de slag

Klem je werkstuk stevig vast. Let erop dat de klemmen de baan van de frees niet belemmeren. Probeer de beweging desnoods eens uit, zonder dat je frees aanstaat. Zet het toestel op je werkstuk en schakel het aan.

Zorg ervoor dat de frees op volle snelheid draait voor je het motorhuis naar beneden drukt, dus voor de frees het hout raakt. Geleid de machine dan met twee handen op de daarvoor voorziene handgrepen langs de freeslijn.

Na het frezen ontgrendel je het motorhuis, zodat je de frees uit het werkstuk kan laten stijgen. Laat dan de frees veilig uitlopen. Pas als die helemaal tot stilstand is gekomen, mag je het toestel van je werkstuk weghalen.

GELEIDING

geleiding

Wie al eens met de vrije hand gewerkt heeft met een bovenfrees, weet dat zo’n toestel de neiging heeft om uit te wijken. De baan maakt dan een flauwe bocht, de machine trekt weg tegen de draairichting van de frees.

Dat is makkelijk te begrijpen als je beseft dat de draaisnelheid van de frees enorm hoog is, wel tien keer hoger dan de draaisnelheid van een boormachine. Die hoge snelheid is nodig om een resultaat te verkrijgen dat perfect glad is en geen naschuren meer vraagt.

Het nadeel van die hoge snelheid is dat je dus steeds voor een of andere vorm van geleiding moet zorgen. Je klemt een geleidingslat op je werkstuk en je gebruikt de parallelgeleider op je toestel.

FREESRICHTING

freesrichting

De freesrichting is belangrijk. Het principe is dat je frees altijd moet snijden en niet mag kappen. Door in de juiste richting te frezen, wordt de aanslag bovendien ook netjes tegen het werkstuk getrokken.

Trek de frees dus steeds tegen de draairichting in, voor een veilige werking en een lange levensduur van je frezen. De draairichting van je frees is steeds duidelijk af te lezen op het motorhuis van je toestel.

2. FREESTYPES

VINGERFREES

vingerfrees

Een vingerfrees is een rechte frees en is voorzien van twee messen. Een vingerfrees gebruik je om groeven en sponningen in je werkstuk te trekken, of om rechte of gebogen vormen te maken.

Bij een vingerfrees is vooral de diameter belangrijk: die bepaalt de minimale breedte van de groef. Ook de lengte is van tel, die legt de maximale diepte vast.

GROEFFREES

groeffrees

Een groeffrees is niet recht. De vorm van de frees bepaalt de vorm die je groef zal hebben. Er zijn heel wat modellen U- en V-groeffrezen. Ze zijn, meestal, bedoeld om decoratieve V-vormige of U-vormige grachtjes in je hout te maken.

Ietwat een geval apart is de zwaluwstaartfrees. Die is geschikt om zuivere open, halfgesloten en gesloten zwaluwstaartverbindingen mee te maken.

KANTENFREES

kantenfrees

De kantenfrees is ook een rechte frees, en als zodanig dus een variant van de vingerfrees. Onderaan zit er een wieltje op een kogellager. Dit wieltje komt perfect gelijk met de messen.

Tijdens het frezen laat je het wieltje over de zijkant van je plank rollen, op die manier wordt die zijkant helemaal gelijkgezet. Dit wordt bijvoorbeeld vaak gedaan om twee planken die op elkaar gelijmd zijn, perfect gelijk te zetten.

PROFIELFREES

profielfrees

Profielfrezen hebben ook het bewuste wieltje onderaan, maar met deze frezen maak je geen rechte rand, maar een profiel. Afhankelijk van de vorm van je frees kan dat een eenvoudige afronding zijn of een sierboord.

Er zijn ook functionele profielfrezen die helpen om twee planken met de zijkant in elkaar te schuiven (denk daarbij aan de zogenaamde klikprofielen van vloerbekleding).

3. DIEPTE

GEPASTE DIEPTE

gepaste diepte

Bij het frezen is het belangrijk de juiste maximale diepte te respecteren. Wil je te veel materiaal in één beweging weghalen, dan riskeer je je machine te overbelasten of het hout te verbranden.

Wat de maximale freesdiepte is, hangt af van verschillende factoren. Een goed startpunt is de diepte beperken tot de helft van de breedte van je frees. Met een stiftfrees van 10 mm frees je dus maximaal 5 mm per keer. Bij hardere hout­soorten kan je maar beter nog voorzichtiger zijn.

DIEPTE BIJREGELEN

diepte bijregelen

Dankzij het veermechanisme kan je het motorhuis op en neer bewegen. Zet de diepteaanslag eerst juist in de nulpositie. Je kan nu de aanslag aanpassen aan de gewenste diepte. Je kan de aanslag tot op de millimeter precies verzetten.

Wil je nog preciezer, dan gebruik je de draaiknop, die werkt tot op een tiende van een millimeter precies.

REVOLVERAANSLAG

revolveraansla

De revolveraanslag helpt je om in verschillende stappen te frezen:

  • Laat de aanslagstift eerst op het hoogste schavotje stuiten. Frees dan de lijn een eerste keer uit.
  • Verdraai dan de revolver, zo zal de aanslagstift een trapje lager tegengehouden worden. Je kan dan, een beetje dieper frezen.

Zo ga je stap voor stap verder. Afhankelijk van de trappen op je revolveraanslag ga je telkens een aantal millimeters dieper frezen.

4. GELEIDING

PARALLELGELEIDER

parallelgeleider

Een parallelgeleider zorgt ervoor dat je parallel met de (rechte) rand van je werkstuk een freeslijn kan maken. De geleider moet je met klemmen op de bodemplaat van je frees vastmaken.

De geleider glijdt langs de rand van de plank. De afstand van de freeslijn tot de rand van de plank moet je uiteraard instellen. Vaak zijn hiervoor maatindelingen op de geleider aangebracht. Nameten is hoe dan ook geen overbodige luxe.

CIRKELGELEIDER

cirkelgeleider

Om een perfecte cirkel te maken, maak je van je bovenfrees als het ware een grote passer. Dat kan met de cirkelgeleider.

De cirkelstang zet je centraal vast in de bodemplaat van je toestel, het andere eind komt aan de centerpunt. Door de afstand in te stellen, bepaal je de straal van de cirkel.

Het nadeel van deze methode is dat je een gat maakt in het centrum van je cirkel.

KOPIEERRING

kopieerring

Een kopieerring (ook wel kopieerhuls of sjabloongeleider) plaats je in de bodemplaat. Het is een ring die rond je frees komt te zitten. Als je met de rand van deze ring langs een plank of een mal gaat, dan zal je frees een gelijkaardige beweging maken.

Je kopieert dus een bepaalde vorm. Het formaat van de ring bepaalt hoeveel verder je de vorm kopieert.

GELEIDERRAIL

geleiderrail

Voor sommige toestellen kan je een geleiderrail verkrijgen. Dat is een lat die je op je werkstuk kan klemmen en waarlangs je je bovenfrees probleemloos kan geleiden. Dit is een snelle manier om rechte lijnen uit te kunnen frezen.

FREESTAFEL

freestafel

Een andere manier om uitwijking tegen te gaan is je toestel stationair plaatsen en je werkstuk bewegen. Grote houtmachines werken volgens dat principe.

Maar ook als doe-het-zelver kan je je bovenfrees een upgrade geven tot een stationaire frees. Bij kleinere werkstukken gebruik je het best een duwhout.

5. MAAK ZELF JE GELEIDER

DE GELEIDER MAKEN

Om zelf een hulpstuk te maken heb je niet veel materiaal nodig: hout, metalen latjes, enkele schroeven en je bovenfrees uiteraard. Begin met een stuk hout dat als onderplaat moet dienen, op maat te brengen van je metalen latten. Zaag deze vervolgens uit. Aan weerszijden komt een opstaande rand. Ze zullen later dienen om er de geleidingsrails aan te bevestigen. Teken af hoe breed ze uitkomen op de plaat, zo weet je waar je straks kan schroeven.

Maak een aantal boorgaten. De afstand tussen elk boorgat hoef je nu niet speciaal te gaan uitmeten; we maken een hulpstuk voor in het atelier dus dit mag gerust op het zicht. Vergeet ook de andere zijde niet aan te pakken.

bodemplaatZoals steeds maak je de geschroefde verbinding nog sterker met houtlijm. Breng er niet te overdreven veel aan. Bij het aandrukken straks verdeelt de lijm zich toch mooi tussen beide houten delen.

Draai het geheel om, en maak met de soevereinboor de boorgaten klaar zodat de schroefkoppen er straks mooi in kunnen verzinken. De schroeven zullen nu mooi aantrekken zodat ze niet uitsteken. Plaats vervolgens alle schroeven. Dan is de bodemplaat af.

metalen lattenOok de metalen latten die als rail zullen dienen, moeten nog worden bevestigd. Er zijn opnieuw boorgaten nodig, mis niet van boor en gebruik een metaalboor.

Pas dit toe voor elke rail, telkens aan beide uiteinden. Een tweetal gaten volstaat. Ga ook hier opnieuw langs met een soevereinboor.

eerste latFixeer dan de eerste lat aan de bodemplaat langs de opstaande rand met een schroef. Om ervoor te zorgen dat de lat haaks gemonteerd is, leg je er de winkelhaak bij.

Als je erin slaagt om de lat niet te doen verschuiven, mag je hem aan de overstaande zijde rechtstreeks vastschroeven, maar er nogmaals de winkelhaak bijleggen kan natuurlijk nooit kwaad. Fixeer de eerste lat dan al definitief vast.

bovenfreesDan haal je er de bovenfrees bij, en schuif je er de tweede lat tegenaan zodat de zool van de frees zo geklemd zit dat hij nog vlotjes te verschuiven valt langs de geleidende latten. Heb je die positie bepaald? Schroef dan ook de tweede lat vast aan beide uiteinden.

Als alles goed is gegaan, kan je de bovenfrees alvast vlot heen en weer bewegen.

DE GELEIDER GEBRUIKEN

groevenStel dat je in een rechthoekig werkstuk een aantal groeven wil frezen, teken dan eerst de markeringslijnen uit. Het midden deel je nog eens in drie gelijke stukken; dat is handig opgelost met de plooimeter: van de ene zijde verschuif je de meter tot je een getal uitkomt dat je makkelijk door drie kan delen. Zo bekom je drie gelijke delen. Teken af met de winkelhaak.

Langs de ene opstaande rand, deel je de afstand tussen de twee rails ook nog eens in twee, en teken je die afstand af: zo heb je telkens een richtlijn waar je freesstift uitkomt. Teken ook hier af met de winkelhaak.

werkstukPlaats dan je werkstuk onder de rails door, zodat de afgetekende markeringen in één lijn liggen met de markering op de opstaande rand. Gebruik de bovenfrees; start hem vóór je het hout raakt, en duw voorzichtig naar beneden.

Tijdens het gebruik zal je zien dat de metalen latten wat doorbuigen, je zou dus niet overal even diep gaan frezen.

geleiderDat is handig opgelost door er een houten blokje onder te leggen die even hoog is als de opstaande randen. De latten zullen niet meer doorbuigen, en je hebt er meteen ook een stop bij die je kan gebruiken om je werkstuk te fixeren.

Op die manier kan je het werkstuk in serie gaan aanpakken zonder dat de houten plaat gaat verschuiven.

resultaatOm te weten wanneer je moet stoppen met frezen, kan je de markeringslijn telkens volgen door doorheen de zool van de frees te kijken. Haal dan tijdig de freesstift terug naar boven. Het resultaat? Een fraai afgewerkt werkstuk waarop de uitgefreesde groeven telkens op dezelfde afstand uitgelijnd zitten.

Een ander werkstuk? Een andere groefbreedte? Dan hoef je enkel maar de freeststift te vervangen door een ander type; teken de nodige markeringen af, klem je werkstuk en start de freeswerken. Het resultaat zal telkens feilloos zijn.