Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Kies de geschikte houtsoort voor je klus

De houtkeuze maakt een wezenlijk verschil uit voor je klusproject. Tijd om ons even te verdiepen in houtsoorten die je kan gebruiken.

Transciptie 

De houtkeuze maakt een wezenlijk verschil uit voor je klusproject. In deze Tooldokter verdiepen we ons in enkele basisbegrippen.
Zo zie je maar, elk type hout heeft zijn eigen kenmerken waarmee je rekening houdt voor je hobbyklus. Herbekijk ook deze aflevering op onze website, en schrijf je in op onze nieuwsbrief voor meer doe-het-zelftips. Alvast bedankt voor het kijken !
Hout wordt verzaagd uit een boomstam, en afhankelijk van het deel van de stam waaruit het hout verzaagd wordt, krijgt het specifieke kenmerken mee. Even dieper daarop ingaan.


Er zijn alvast 2 grote noemers om een plank te gaan benoemen: een dosse plank of een kwartiersplank. Bij een dosse plank liggen de groeilijnen plat ten opzichte van de plank. Bij een kwartiersplank liggen de groeilijnen naar het hart toe, dwars op de plank. Als je de planken uitzaagt, bekom je dus een andere tekening doordat de groeiringen en nerven er anders zullen bij liggen. Bij kwartiershout krijg je een rechtlijnige tekening.

Bij dosse hout bekom je dan weer een mooie, gevlamde tekening. En dan heb je nog een tussenslag: halfskwartier, hierbij liggen de groeiringen niet volledig plat of dwars.
Hout leeft, of krimpt en zet uit, bij veranderende temperatuur en vochtigheid. Hoe het precies zal bewegen, kan je afleiden naargelang de structuur. Het gaat namelijk altijd krimpen naar het hart toe. Het effect bij blokje 1 zal het grootst zijn, terwijl bij blokje 2 de krimp heel minimaal zal zijn. In het laatste geval zal de plank heel weinig veranderen. Bij blokje 3 zal de krimp in de hoek optreden, en eveneens maar weinig krimpen.
Algemeen kan je stellen dat kwartiershout bijna niet krimpt omdat het dichtbij het hart van de boomstam is uitgezaagd. Dosse hout krimpt het meest, omdat het het verst van het hart verwijderd zit. Halfkwartiershout zit tussen beide, en gaat matig krimpen.


Het krimpen van hout is van belang bij het monteren van werkstukken: de krimp werkt altijd naar het hart toe. Bij het vormen van, bijvoorbeeld, een tafelblad, dan moet je de planken gaan schranken, zodat bol – hol afgewisseld wordt. De trekkrachten werken elkaar dan tegen, waardoor het geheel niet gaat opkrullen. Leg je alle planken in dezelfde richting, dan zal het hout wel degelijk gaan kromtrekken, en blijft het tafelblad niet langer egaal.


De groeiringen en vezels kan je letterlijk zien in de ‘tekening’ van het hout. Als we kijken naar de groeiringen van deze plank, hebben we hier een dosse plank. Over de ganse plank zie je een duidelijke ‘gevlamde’ tekening. De groeiringen van deze plank komen overeen met het kwartiershout. Er is geen vlamtekening te zien. De vezels kan je wél duidelijk zien, en die lopen bij een kwartiersplank mooi recht, evenwijdig met de plank. Bij een halfkwartiersplank zie je een combinatie van de rechtlijnige nerfstructuur met het begin van een vlamtekening.


Het ene type hout gaat langer mee dan de andere. Om de verschillende types aan te duiden, spreekt men over een duurzaamheidsklasse. Even overlopen voor de meest courante houtsoorten waar je als klusser mee te maken kan hebben.
Een eerste type zijn de harde houtsoorten, van een zeer duurzame kwaliteit die voor meer dan 25 jaar goed blijft.


Teak groeit in de moessonbossen van India, Laos, Myanmar en Noord-Thailand. Onbehandeld vergrijst teakhout natuurlijk. Die vergrijzing kan je tegenhouden met teakolie of beits, wat het hout ook extra glans geeft.

 


Doordat het hout zo duurzaam is, wordt het vaak gebruikt voor gevelbekleding, tuinmeubelen, ramen maar evengoed voor trappen, meubelen of vloeren voor binnnengebruik.


Padoek is afkomstig uit Midden- en West-Afrika, het is zeer duurzaam en kleurt koraalrood tot paarsbruin. Het wordt gebruikt voor buitentoepassingen, zoals terrassen, houten poorten tot afwerkingen voor buitenschrijnwerk.


Er staan 5 boompsoorten gekend onder de verzamelnaam Afzelia, waarvan het type Doussié als de beste klasse gekend staat. De tinten gaan van lichtoker tot bruinrood, en het wordt vaak gebruikt voor binnen- en buitenbetimmering, kozijnen, deuren of constructiehout. Bij het schuren komt er een vrij grote stofontwikkeling aan te pas, dus zorg voor de gepaste bescherming.


Klasse 2 wijst op duurzaam hout, dat onbehandeld tussen 15 à 25 jaar zijn intrinsieke kenmerken behoudt.


Merantie is een verzamelnaam voor boomsoorten afkomstig uit Zuidoost-Azië, waarvan de meest gangbare ‘dark red meranti’ is genaamd. De kleurnuances gaan van roodbruin tot rozebruin.

Meranti komt vooral voor bij multiplex, raamkozijnen en buitendeuren, poorten of ander buitenschrijnwerk.


Ceder is een dennensoort. Het naaldhout is zacht en de kleurschakeringen gaan van licht geelbruin, rozebruin tot chocoladebruin. Het hout is makkelijk te bewerken en onbehandeld krijgt het een natuurlijke vergrijzing mee. Het houtweefsel beschermt van nature het hout tegen houtrot en insectenaantasting, waardoor het niet nodig is om ceder te behandelen met een beits of vernis. Ceder is dan ook een populaire soort om te gebruiken bij gevelbekleding, dakranden, vensterramen, pergola’s, enzovoort …


Klasse 3 wijst dan weer op hout dat voldoende duurzaam blijft, van zo’n 10 tot 15 jaar.


Eikenhout is de meest toegepaste loofhoutsoort van bij ons en wordt vooral uit Noord-Amerika aangevoerd. Het gaat dan meerbepaald om wit, of rood Amerikaans eiken. De rode variant heeft een grovere tekening. Eikenhout is een sterke, harde houtsoort die je goed kan bewerken. Het gebruik komt voor bij binnendeuren; meubels, binnenbetimmering; trappen, plint- en lijstwerk; trappen binnen tot zelfs bouwhout. Amerikaans rood eiken is wel minder geschikt voor buitendeuren, buitenschrijnwerk en gevelbekleding.


Klasse 4 wijst op weinig duurzaam hout, dat onbehandeld zo’n 5 tot 10 jaar goed blijft.


Larix staat ook gekend onder de naam lorken, en geldt als de hardste en duurzaamste Europese naaldhoutsoort. Het hout toont een schakering van roodachtig bruin.

Lariks splijt wel makkelijk, waardoor voorboren nodig is. Gebruik komt voor bij binnentoepassingen zoals trappen, plankenvloeren, planchetten of meubels en zelfs gevelbekleding.


Es of essen voeren we in als Europese of Noord-Amerikaanse houtsoort. Het is weinig duurzaam hout dat hard, elastisch en zeer veerkrachtig is. Vandaar het traditionele gebruik ervan voor gereedschapstelen en ladders, maar het komt ook voor bij binnenschrijnwerk, parket, trappen en meubels. Het hout is hard en moet je alleszins voorboren als je het moet vernagelen. Es laat zich heel goed afschuren.


Hout uit klasse 5 is niet duurzaam, het blijft onbehandeld dan ook maar tot zo’n 5 jaar goed.


Berk voeren we in als ‘Yellow Birch’ uit het oosten van Amerika en Canada, en ziet er meer donker uit dan de Europese variant. Het komt voor bij betimmeringen, meubels en binnenschrijnwerk maar is vooral in gebruik voor multiplex. Bij klussen aan de randen ervan, dien je voor te boren om splijten te voorkomen.


Grenen of den ziet er licht tot roodbruin geel uit. Het is een goed te bewerken houtsoort, geschikt voor zowel binnen als buiten maar dan dien je het wel te verduurzamen. Grenen zie je vooral bij dragende constructies onder het dak, binnenschrijnwerk, plafonds, wanden, panelen, enzovoort ...


De populier kan je onderverdelen in 39 botanische soorten, maar is vooral een polyvalente en makkelijk te bewerken houtsoort. Het is geschikt voor daktimmerwerk, skeletbouw, plaatmateriaal of meubelen.


Beuk is een sterke, splintervrije houtsoort dat er witachtig tot lichtbruin uitziet. Het is makkelijk te bewerken maar ietwat moeilijker om er een mooi oppervlak mee te verkrijgen met de schuurmachine. Naschuren met de hand is dan meestal nodig. Beuk is niet duurzaam en wordt vooral gebruikt voor binnentoepassingen. Beuk trekt makkelijk krom, maar is dan wel weer dé houtsoort voor buigwerk. Trappen, parket en meubels zijn vaak in beuk uitgevoerd.


Van esdoorn gebruiken we zowel de Europese als de Amerikaanse variant. De Europese esdoorn ziet er crèmekleurig tot lichtbruin uit, en toont een fijne nerf met licht gevlamde tekening.

 


Amerikaanse esdoorn kent enkele ondersoorten, maar kent een opdeling in hard maple, of soft maple. Hard maple wordt het meest frequent gebruikt. Amerikaanse esdoorn is niet duurzaam, en is crèmekleurig tot lichtoker qua kleur, en heeft een mooie glans. Ook dit hout is ideaal voor binnenschrijnwerk, trappen en meubels.


Ayous is Afrikaans hout uit Kameroen, en heeft ook een gelijkaardige variant Wawa, afkomstig uit Ghana. Het is niet duurzaam hout dat er bleek tot ietwat grijsachtig uitziet. Het is geschikt voor alle binnenschrijnwerk, wanden en plafonds, enzovoort ...

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

School TV

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.