Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Maak kennis met een kleuradviseur

Deel deze video op Facebook

Transciptie 

Vandaag volgen we Steven Bulteel. Steven is kleuradviseur. We kijken even met hem mee, om te zien hoe zo’n kleuradvies eigenlijk in z’n werk gaat.

 
De kleuradviseur gaat in eerste plaats de bestaande situatie analyseren.

Steven loopt dan ook meteen de volledige ruimte door. Hij bekijkt de aanwezige meubels, maar let ook op de architectuur.

 
Uiteraard neemt een kleuradviseur ook tijd om met de bewoners te praten. Zo leert hij over de plannen voor de inrichting.

Maar hij leert ook, meer algemeen, de stijl en smaak van de bewoners kennen.


Dat is ook wel belangrijk, want ik vraag ook altijd aan de mensen – Iedereen heeft altijd ergens wel een eigen ideetje. Breng dat naar voor, we kunnen daar iets mee doen.


Jah.

 
Het is, het is ook niet mijn bedoeling dat ik hier binnen kom en zeg: dat en dat moet hier gebeuren. Jullie ziel...

 
Ja wij moeten hier wonen natuurlijk.


Jah... Voilà. Voilà, Ik kan wel gaan zeggen: ja, oké, hé, eeeuuh... Durf een keer dat, hé, neem die wand in plaats van die wand, hé, en doe dat, dat en dat… Maar we moeten dat samen doen in feite.

 
Ja ja.

In deze ruimte werd besloten om de muren zo veel mogelijk wit te houden.


En voor die witte basis ga ik mij baseren, in principe, op de kleur van jullie kastjes.


Ja.


Dat is heel belangrijk: dat die witte kleur eigenlijk volledig doorgetrokken wordt over de overige muurtjes.

Pas op: euh, dat kan eventueel ook wel wat killer worden, maar ik heb daar ook een oplossing voor. Eeuhm

Dus, in feite op de muurtjes waar de keuken in gelegen is ga ik identiek dezelfde witte kleur gaan terug laten keren. Maar op de overige muurtjes kunnen we die kleur gaan opvoeren. ‘t Is, gow, dat betekent eigenlijk dan dat je datzelfde wit ietsje voller kan gaan maken, ietsje warmer.


Ja.

 

Zodat je toch het gevoel hebt: oké, da’s één geheel, maar toch gaan we daar een klein beetje warmer. Dus dat kan allemaal wel.

 

Hmmmmmm , ja, en dat wil ik wel, een beetje dat warmere.


Ja, ja. Het plafond wordt terug ook witter.

 
ja


Het is, dat moet je ook wel hebben, dat is ook wel de moeilijkheid aan – als je met een wit interieur werkt, je zit met witte muurtjes, maar dat plafond moet nog witter. Dus we moeten daar ook wel dat contrast in bewaren, da’s ook wel heel belangrijk.

 
En hoe komt dat?

 Wel, in principe omdat je anders een blokvorm gaat hebben. Je weet wel het gaat meer hup, en als je het plafond lichter doet ga je in principe meer euh ook meer vorm gaan creeëren, ga je duidelijk gaan zien van: Oké, da’s de hoogte, da’s de breedte. En wordt het ook helderder.

 
Ah ja, da’s ook wel interessant.

 Anders heb je een beetje het gevoel dat het -tt tt een doos wordt, een box.

Dus er moet daar meer openheid in komen.


Als extra accent krijgen de schuifdeuren een donkere kleur.


Dus hier zit er een schuifdeurtje


En hier zit er een schuifdeur.


Dus dat keert terug hé. Ja hé.

Ah, kan je ze een keer dicht doen?

 
De kleuren uit de waaier worden vergeleken met de aanwezige kleuren. Zo kan de juiste tint gekozen worden. Ook voor wit en zwarttinten is dit belangrijk.


RAL 9004, dat zit al heel dicht, nog niet 100%, maar het zit er al heel dicht tegen, hé.

Dus in een interieur is het heel belangrijk. Je kan zwarttinten gaan gebruiken, maar ga nooit vol zwart gaan gebruiken. Dat is eigenlijk té streng, te hard en neemt te veel licht weg. Dus je gaat eigenlijk altijd een afgeleide gaan nemen, eigenlijk een euh, een verzachtende tint hé, eigenlijk een off-black, zoals we zeggen. Er zit daar een klein beetje roder en oker in verwerkt, waardoor het zachter wordt, want hier is dat gewoon echt zwart pigment.

 In de inkomhal zal gewerkt worden met een accentmuur.


Een accent is eigenlijk niet alleen omdat het esthetisch is, maar ook in feite om een ruimte te gaan indelen. Om een hoogte te gaan bepalen, breedtes en hoogtes.

Dus als je eigenlijk die muur eigenlijk volledig, dus van onder...


Ook daar onder, jah


… tot boven volledig in een accent gaat zetten, en eventueel nog doorlopend – het is nu te zien, achter de hoek, wat er daar in feite… in een accent gaat gaan zetten.
Dat kan in donker, dat kan in een kleur, dat kan met een behang zijn ook, met een accentbehang worden.


Jah!


Je kan daar enorm veel kanten mee op, maar wat ga je hebben, je gaat onmiddellijk veel meer die hoogte gaan benadrukken. Dus ga je onmiddellijk gaan zien, ah ja, oké, da’s de hoogte en da’s de breedte


Ja


Dus als er hier een accent op die wand komt...


Ja

 
Mag je niet zomaar gaan stoppen op een hoek. Dat moet, die accent moet doorlopen tot de volgende binnenhoek. Het is heel belangrijk dat die constructie dat dat één geheel blijft, anders ga je dat ontwrichten.

 
De bewoners kozen samen met de kleuradviseur voor een behang. De keuze is opvallend snel gemaakt.


Maar we hebben dat nu wel te rap – rap gekozen hé.

 
Dat is de vraag dat ik redelijk … allez ja … die eigenlijk euh… soms zo van, allez oké, maar we gaan nu bij het eerste - en, moeten we daar nu in feite – ja. Maar het is net door dat verhaal

 
Dat je rap


Je weet wel rondlopen en hup hup dat je tot een

 
Dat je dat direct er uitkiest

 
Voilà! Dat is de reden waarom je dat er uit kiest ja, ja-ja

 

Uiteraard wordt de keuze nog gecontroleerd. Hoe ziet het er uit tegen de muur? Passen de tinten bij de tegels? En bij de andere kleuren?

 


Dat die toon, die toonwaarde van die vloer ergens terugkeert in dat behang en dan het echt wel niet fout gaan. Dan is dat één geheel.

 
In het bureau worden warmere kleuren gekozen.


Hoe is het geörienteerd? Komt er hier zon langs of is het allemaal


Dat (daar) is zuid, ja, ‘t is hier vaak koud.

 
Dus hier, weinig, ja, ja heel belangrijk ook hé. Pas op. Het is misschien interessant om ergens een beetje een warmere tint te gaan insteken of zo, want waar er weinig zonlicht binnenkomt, is euch, gaat het ook veel schraler overkomen. De ruimte voelt wat killer aan. Durf je daar wat warmere kleuren gaan insteken, dan gaat het ook altijd in feite aangenamer gaan aanvoelen.

 
Aan wat denk je dan zo? Meer zo dat okergeel, zo, zo.


Ja ja, in principe wel. ja. Warmere tinten, ja, wat zijn warmere tinten? Dat zijn de roodtinten, de rode tinten. Euh, oker, dus de warme gele in feite, euh, bruinere tinten, noem maar op hé. Dus alles die koel is, dat zijn meer de blauwe en de groene. Dat is dan weer zuidgericht.


Maar ik zie hier juist dat schilderijtje. Gaat dat hier zijn plaatsje krijgen.

 
Ja dat komt hier


Er zitten daar ook al redelijk veel… kijk.

 
Veel kleur in


Mwaaa – We willen ons daar nu wel niet op. Allez da’s. Oei sorry. We hebben dat. Inde tijd dat wij hier juist woonden...

 
Neen, maar er zitten wel heel vrolijke kleurtjes in. Dat zit. Allez, het is ook wel ideaal voor hier, want kijk, die warme, er zitten ook warme tinten in hé.

 
Jah

 
Ja


Dus die rode die okeren tinten, in combinatie weer met een koelere tint. En dat maakt het juist altijd weer veel spannender en boeiender.


Ja

 
Warmere kleuren combineren met koelere kleuren.


Maar dat gaat wel tof zijn hoor, met dat, allez met die okertinten, en dat wit en dat zwart en je schilderij eventueel, meer hoeft dat niet te zijn hoor.

 
Jaaa

Ja!

neen..

 

Als alle keuzes zijn gemaakt, schrijft Steven de kleurcodes en refertentienummers op. Hier zal een vakman langskomen om de werken uit te voeren. Steven zal hem rechtstreeks briefen.

 
Je keuken straalt je persoonlijkheid uit. Zo zou het toch moeten zijn. Zowel qua architectuur als qua stijl zijn er heel wat mogelijkheden. Een belangrijke keuze die je daarbij moet maken is het werkblad.
Dobbit had een afspraak met een specialist. Hij geeft tekst een uitleg, zo kan jij de juiste keuze maken.

 

 
De eerste groep werkbladen zijn de houten werkbladen en de afgeleiden daarvan.

 

 
Uiteraard is massief hout de eerste mogelijkheid


Dus, naar het hout toe: het is een heel mooi materiaal, het is een zuiver materiaal. Met z’n charmes en z’n natuurlijke looks heeft het hout eigenlijk wel - jah – z’n eigen persoonlijkheid.

Een massief houten werkblad kan prachtig zijn. Het nadeel ervan is dat het sterk kan leven. Het gaat uitzetten en inkrimpen onder invloed van vocht en temperatuur.

 
Dus daarom gaan we eigenlijk heel vaak werken met houten werkbladen die eigenlijk samengesteld zijn. Die worden heel mooi gekleefd tegen elkaar en gaan heel wat minder uitzettingsvoegen vertonen, doordat ze eigenlijk getand gelijmd zijn.

Ook rekening houden: het is een zachter materiaal, dus het heeft wel een grotere impact. Als je iets laat vallen, ga je sneller een putje hebben en kan er ook een beetje slijtage aankomen na enkele jaren.

Er is wel een beetje meer werk aan in onderhoud. Vooral dat-ie eigenlijk gevoelig is naar vlekken toe. Dus je moet je werkblad om de paar maanden toch eens lichtjes inoliën met een lichte saladeolie.

 

Een andere oplossing is kiezen voor laminaat.

 
Met een laminaatwerkblad zit je dus met een werkblad waarvan een laag laminaat gelijmd is op een hardboard. Dus, een hardboard is een houten plaat of een vezelplaat. Het laminaat is eigenlijk het hardste stuk van de plaat. Dus, dat is eigenlijk gemaakt uit houtvezelpapier samengesmolten met een fenol-hars. Die eigenlijk onder hoge temp- hoge temperatuur en druk eigenlijk samengeperst is tot een heel hard materiaal. Het is een kras...bestendig materiaal. Krasvrij mogen we niet zeggen, je kan altijd krasjes krijgen, maar het is zeer krasbestendig.

 
Een laminaat werkblad is ook bestand tegen zuren, als azijn en citroen. Let wel op met hitte. Een warme pot laten een verkleuring na.


Met een werkblad in laminaat zitten we ook eigenlijk met een heel goeie stootvastheid. Wil ik ook zeggen dus: als je per ongeluk de hoek raakt, dat er heel weinig schade gaat zijn.

Met laminaat moet je wel nog altijd opletten met water. Want komt er water tussen bijvoorbeeld de kookplaat en het werkblad in laminaat kan er een verdikking ontstaan door de zwelling van het water. Naar lengte van het werkblad zelf zitten we met een lengte tot 4 meter. Dus, een werkblad van 4 meter lang zonder één lasnaad is voor veel mensen iets wat ze graag willen, wat in ander materialen dan niet mogelijk is.


Vele werkbladen zijn eigenlijk beperkt in lengte, mensen hebben daarvoor schrik, om een werkblad in twee delen te laten maken, uit schrik dat ze de naad eigenlijk heel goed zien.

Zoals je hier ziet is de naad eigenlijk heel naadloos verwerkt, dat wil zeggen dat hij heel mooi vlak uitgewerkt is. De tekening zelf loopt niet door, dat is eigenlijk het enige punt waarop je kunt zien dat er hier eigenlijk een onderbreking geweest is.

Wil je nog een stap verder in stevigheid, dan kan je kiezen voor volkern.


Iets strakker van werkblad is de volkern. De volkern is eigenlijk laminaat, maar massiever laminaat.

 
Massief laminaat, die omschrijving is eigenlijk wel correct. Bij een gewoon werkblad bestaat enkel de toplaag uit laminaat. Bij volkern is het volledige werkblad, 12 millimeter dik, gemaakt uit hetzelfde materiaal.


Het bestaat eigenlijk uit houtvezelpapier gedrenkt in fenolhars. Dus dat is een hars die onder invloed van temperatuur en hoge druk heel hard geworden is.

 Volkern is dan ook -net als laminaat- zuurbestendig en krasbestendig. Doordat het massief is, is het zelfs lichtjes zelfherstellend.

 
Eén minpuntje hierbij is hitte: geen grote hitte omdat we dan ons werkblad zelf gaan verkleuren.

Werkbladen in volkern zijn beschikbaar in twee kleuren, dus het zwarte en het witte.

De lengte van het werkblad zelf kan gerust tot 4m20 gaan.

 Een helemaal andere categorie zijn de stenen werkbladen. Natuursteen is daar eigenlijk het vertrekpunt.


Je kan ook kiezen voor een werkblad in natuursteen. Natuursteen hebben we dus soorten zowel graniet, marmer, blauwe hardsteen. Afhankelijk van de soort die je gaat kiezen ben je wel gebonden aan de voor- en de nadelen.

 
We bekijken de verschillende soorten natuursteen. Laat ons beginnen met marmer.

 
Marmer is een kalkhoudende steen, met een luxueuze uitstraling. Het is een heel mooi en tijdloos materiaal. Verkrijgbaar in heel wat afwerkingen en kleuren. Dat elk blad een unieke tekening heeft is eigen aan de natuursteen.


Een minpuntje daar aan is, omdat hij kalkhoudend is, is-ie niet zuurbestendig. Dus mocht je met azijn of citroen een vlek maken, dan zit die vlek wel in je werkblad. Na een tijdje gaat die vlek eigenlijk overgaan in een hele mooie patine, en gaat die steen zichzelf mooier maken. Je moet er natuurlijk wel mee kunnen leven dat er een vlekje inkomt.

Ook elk werkblad heeft zijn eigen unieke vorm, qua kleur en qua tekening. Daarom is het ook heel belangrijk dat je als klant zelf je eigen werkblad gaat gaan kiezen.

 We kunnen ook kiezen voor blauwe hardsteen, en de mooiste is natuurlijk de Belgische.


Het komt uit Wallonië, uit de streek van Soignies. Het is een heel harde steen, wordt ook genoemd soms als petit granit. Het is eigenlijk onze kust nu, vijf miljoen jaar geleden.

 
Je kan in het graniet dan ook hier en daar wat schelpen herkennen.


Bij landelijke keukens kiezen veel mensen voor een mooie papegaaibek als afwerking.

 
Een andere soort natuursteen is graniet.


Kies je voor een werkblad in natuursteen dat zeer gebruiksvriendelijk is, dan kies je voor graniet.

 
Graniet heeft het voordeel dat het zuurbestendig is. Het materiaal is heel hard, wat meteen ook betekent dat je werkblad stootvast en hittebestendig is.

Graniet kan op verschillende manieren worden afgewerkt, hier zie je bijvoorbeeld een geciseleerde afwerking van de rand.

 
Het oppervlak zelf van het werkblad kan je ook in verschillende afwerkingen krijgen. Je kunt het hebben zoals we het hier liggen hebben in de gebrande versie. Dus de steen is werkelijk gebrand geweest totdat de stukken er af sprongen. Dan zitten we met een temperatuur van ongeveer een 3000 graden, dat zegt eigenlijk al veel, naar je werkblad toe, dat het hitte bestendig is.

 Graniet is een natuursteen, en is dus in heel wat natuurlijke tinten verkrijgbaar, van blauw tot bruin, zwart tot wit, met of zonder tekening.

 
Heb je liever geen natuurlijk en ietwat onvoorspelbaar product, dan kan je kiezen voor een composietmateriaal.


Wil je een werkblad met de aspecten van natuursteen maar mooi uniform van kleur, dan gaan we meestal over naar een composieten werkblad. Composiet bestaat uit 95% granietgranulaat. Dat wil zeggen hele fijne korrels graniet, vermalen, samengevoegd met lijmen, zand en kleur.

Qua eigenschappen is het krasbestendig en het kan tot temperaturen van 180°. Naar prijzen toe is een composiet daarvoor niet echt goedkoper dan natuursteen.

 
Dat komt omdat er bij composiet heel wat meer productiekosten zijn dan bij natuursteen. Die laatste haal je bij wijze van spreken gebruiksklaar uit de rotsen.

 
Daarmee zit de prijs eigenlijk, tussen een goeie composiet en een mooie natuursteen ongeveer gelijk.

Het heeft ook zijn vaste maten, vele werkbladen kunnen een mooie lengte creëren tot 3m20, wat bij natuursteen soms een moeilijker puntje is.

 Maar natuursteen en composiet zijn niet de enige steenachtige materialen die je kan kiezen.


Een nieuwe trend in de wereld van de keukenwerkbladen is keramiek. Keramiek – enkele jaren op de markt gekomen, nu – bestaat eigenlijk uit gewoon keramisch materiaal, zoals veel mensen eigenlijk al kennen van de vloertegels.

Vloertegels weliswaar zijn anders van materiaal dan het werkblad. Het werkblad hier bestaat uit granulaatkorrels samengevoegd met silicium. Silicium is eigenlijk een glasachtig zandsoort, laten we het zo zeggen, die wordt meegebakken op 1200 graden.

Door dat bakken smelt het materiaal samen en krijgen we een heel degelijk en hard werkblad. Keramiek is stootbestendig, vlekbestendig, zuurbestendig en vrijwel krasbestendig. Het materiaal heeft dus heel wat voordelen.


Ook qua tekeningen zitten we onbeperkt, we kunnen zowel zoals hier da’s een Ceppo di gré, da’s eigenlijk een namaak van een natuursteen werkblad, we hebben daar ook marmerlooks in, dus voor mensen die een marmer willen, zonder de nadelen van zuurbestendigheid

 Ondertussen leerden we heel wat materialen kennen. Er zijn er nog meer, denk maar aan glas of beton.


Kies je voor nog een ander materiaal, dan kun je gaan voor strak en design, zoals hier: RVS of roestvrij staal, ook inox genoemd in de volksmond. Daarmee heb je een heel modern blad. De eigenschappen van roestvrij staal zijn: het is zeer hygiënisch, het is een zeer hard materiaal, het kan tegen een stootje, het kan tegen hitte. Een klein minpuntje: gevoelig aan krasjes. De krasjes komen met de tijd wel, samen met je werkblad tot een geheel.

 Hopelijk heb je met deze uitzending al een idee gekregen over de verschillende mogelijkheden. Je leest alles nog eens rustig na op onze website.

 

 

 

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.