Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Hoe een probleemmuur aanpakken

Roger - Bij een renovatie kom je af en toe op een onaangename verassing terecht. Bij oude huizen is er vaak een vochtprobleem door het niet plaatsen van een waterkering. Maar eens dat probleem is aangepakt, moet je ook je muur terug uitbekleden. Dat doe je niet zomaar. Je wil natuurlijk dat de zouten en het vocht dat nog in de muur aanwezig is, ook wegblijft uit je nieuwe plakwerk. Hoe je zo'n probleemmuur precies aanpakt, zie je in deze aflevering.

Transciptie 

Begin met de uitstekende delen te verwijderen, samen met alle elementen die in de weg zullen zitten, zoals stopcontacten, of in dit geval, de bediening van de verwarming.
Ook stukken die te ver naar voren steken, kap je wat af met een hamer en een beitel.

Eerst moeten we er voor zorgen dat de problemen die in onze oude muur zaten zich niet doorzetten in onze nieuwe bekleding.


Met zo’n noppenfolie moet je ook niet wachten tot je muur is uitgedroogd voor je hem kan afwerken.
Om die te plaatsen heb je begin- en eindprofielen nodig, kunststof slagpluggen, een schroefboormachine en een hamer.
Onder- en bovenaan plaats je een profiel waarin de noppenfolie past. Deze is geperforeerd. Zo kan de ruimte achter de bekleding nog ventileren.
Het verluchtingsprofiel plaats je op een aantal centimeter van de grond. Maak het vast met de kunststof slagpluggen om de vijftig centimeter.
Ook bovenaan, op enkele centimeter van het plafond, plaats je een verluchtingsprofiel.
Het profiel kan je gemakkelijk op maat zagen met een metaalzaag. Heb je een haakse slijper met een dun metaalblad, kan je ook die perfect gebruiken hiervoor.
Nu kan je de noppenfolie plaatsen. Meet eerst even hoe lang je hem moet afsnijden. Je mag gerust een kleine marge nemen.
Bevestig de noppenfolie aan de wand. Dat doe je met de nylon slagpluggen.


De pluggen zij volledig uit kunststof. Slagpluggen met metalen nagels zouden immers roesten.
Maak de noppenfolie eerst in het midden vast en werk naar buiten. Zo kan je hem helemaal tot tegen de muur aanbrengen.
Deze oude muur is heel grillig, dus we moeten wat meer pluggen plaatsen. Zo hangt de noppenfolie goed vast en mooi tot tegen de muur.
Een tweede strook noppenfolie overlapt de eerste. Het stuk waar er geen weefsel is aangebracht, moet je bedekken. Zorg er voor dat je de noppen in elkaar brengt.
De barrière bestaat uit twee lagen. Eerst is er de noppenfolie, waardoor er lucht kan circuleren en de muur kan uitdrogen. Daarop zit een weefsel vastgemaakt. Dat weefsel zorgt er voor dat je op de noppenfolie kan pleisteren of er kleefgips op aan kan brengen.
Onderaan snij je de noppenfolie nog op maat. Steek hem ook daar in het verluchtingsprofiel.
Om openingen te maken is het het gemakkelijkst als je eerst de noppenfolie op zijn plaats hangt en dan de openingen uitsnijdt. Rond de deur bijvoorbeeld kan je gemakkelijker de opening precies op maat maken.

Vergeet ook geen doorvoer te maken voor alle leidingen, zoals de bediening voor de verwarmingsketel, schakelaars of stopcontacten.
Nu de barrière volledig op de muur is aangebracht, kan je de muur bekleden.


Om te weten hoe lang je plaat moet zijn, meet je even de hoogte op. Zorg dat ze tussen het profiel onderaan en bovenaan passen.
Je maakt gipskartonplaten simpel op maat. Je snijdt eerst het karton bovenaan de plaat door. Om dat recht te doen, kan je langs een regel snijden. Breek de gipsplaat op de naad. Als ze volledig door is, kan je het karton aan de andere kant van de plaat doorsnijden.
Pas even voor je de plaat definitief bevestigt. Zo ben je zeker.
Hier moeten we ook nog een opening maken aan de deur. Nu de plaat perfect op zijn plaats staat, kunnen we de opening ook aftekenen. Zo staat hij zeker op de juiste plaats.
Bij deze renovatie staat het kader nog in de deuropening. Hou hier rekening mee. Je maakt de opening in de gipskartonplaat dus een paar centimeter groter dan de lijn die je hebt afgetekend.
De kortste kant zaag je door met een gispkartonzaag.

De langere kant kan je weer breken. Langs een regel snij je het karton door. Breek de plaat in tweeën. Snij het karton aan de andere kant ook door. Is het een groot stuk, zorg dan dat er iemand het karton naar boven houdt. Anders gaat het scheuren op het einde.
Om de platen aan de barrière te hangen, gebruik je kleefgips. Meng een volledige zak met de hoeveelheid water die aangegeven is op de verpakking. Meng alles goed door. Dat kan je doen met een mengstaaf op je boormachine. Zorg er voor dat het niet te vloeibaar en niet te dik is. Het moet lichtjes blijven hangen op je truweel.
Verdeel de lijm op de achterkant van de plaat.

Aan de zijkant van de plaat zorgen we voor een boord rondom de plaat. Je moet namelijk aan de randen van de plaat meer lijm voorzien dan in het midden.
Op de achterkant van de plaat brengen we nog wat dotten lijm aan. Die kan je gewoon met je truweel er op gooien.
Zet de plaat rechtop. Zet ze op het verluchtingsprofiel. Het profiel zelf zal het gewicht van de plaat niet volledig kunnen dragen. Zorg daarom voor wat extra ondersteuning. Wij nemen hier kleine balkjes, maar je kan evengoed reststukjes gipskarton nemen als ondersteuning.
Breng de plaat gelijk met de plaat er naast. Met een regel of een waterpas kan je de plaat netjes in hetzelfde vlak duwen. Met de waterpas kan je meteen ook zien of de plaat loodrecht staat. Met enkele lichte tikjes met een rubberen hamer kan je de grotere oneffenheden weg duwen.


Ze hebben een grotere gipsdichtheid dan andere gipskartonplaten en kunnen dus beter tegen een stootje. Ze zijn dus handig in een gang of in leefruimtes waar je niet wil dat de minste stoot tegen een gipskartonplaat wil zeggen dat je een gat maakt.
Het hogere gipsgehalte maakt de platen ook wat zwaarder. Zorg er dus zeker voor dat je de gipsplaat met voldoende kleefgips aan de wand kleeft.
Je maakt openingen in de gipskartonplaat het best met een gipskartonzaag. Een handige tip: als je hiermee ondersteboven zaagt, komt er minder stof op de plaat te liggen. Daardoor blijft de potloodlijn beter zichtbaar.
Openingen voor een stopcontact kan je snel en gemakkelijk maken met een klokboor.
Met alle gaten gemaakt, kan je de plaat terug inlijmen en op zijn plaats zetten.
Het is heel belangrijk dat je de platen altijd in hetzelfde vlak leggen. Dat maakt het toesmeren van de naden straks gemakkelijker én je eindresultaat wordt er een pak mooier op. Doe dus een goede controle met een lange regel of een waterpas en tik zachtjes met een rubber hamer tot de platen gelijk komen.
Dan kan je de naden afwerken. Daarvoor gebruik je gips, een plamuurmes en een pleisterspaan en eventueel een spaarbord.
Kleef eerst een gaas op de naden. Zo voorkom je dat de naden scheuren. Zorg dat de band in de afgeschuinde kant van de gipskartonplaat ligt.

Scheur de zelfklevende gaasband af met de hulp van je plamuurmes.


Zo zorg je er voor dat de naden geen zwak punt worden in je muur.
Maak het gips aan door eerst de juiste hoeveelheid water in de emmer. Strooi het gips in het water en zorgt dat het volledig in het water liggen. Laat het een aantal minuten drinken.
Na enkele minuten kan je het doormengen. Doe dat met een truweel en niet met een mengstaaf op je boormachine.
Schep wat gips op je spaarbord. Zo heb je wat bij de hand om je naden te vullen.
Overvul de naad met gips. Zorg dat je de ruimte tussen de afgeschuinde kanten volledig opgevuld hebt. Neem het teveel aan gips rechts en links weg. Doe dat door druk uit te oefenen op de plaat zelf, maar niet in de naad.
Zet je plamuurmes recht op de plaat, maar zorg dat het op de twee randen rust. Zonder te veel druk uit te oefenen, neem je het teveel aan gips weg.
Ga er nog een keer over, maar deze keer met je plamuurmes in een scherpe hoek. Oefen nu geen druk uit, maar strijk zachtjes over de naad.
Je kan deel per deel verder werken. Je hoeft niet per se een volledige naad in één keer te doen. Laat alles drogen. Met je plamuurmes haal je de bramen langs de zijkant weg.


Je zal ook zien dat bij het drogen het gips wat aangetrokken is en dat er een lichte holte ontstaat achter je plamuurmes.
De tweede keer herhaal je alle stappen, maar neem je een pleisterspaan. Hiermee werk je iets breder af dan met een plamuurmes.
Breng weer teveel gips aan. Zorg er voor dat je breder zit dan de vorige naad. Neem weer eerst aan de zijkanten het teveel aan gips weg. Zet enkel druk op de zijkant van je pleisterspaan.
Neem het teveel in het midden weg door er met je pleisterspaan over te gaan. Zorg er voor dat je beide zijkanten van de plaat raakt en oefen niet te veel druk uit. Als laatste strijk je nog eens over de naad, zonder druk. Zo komt hij glad te staan.
Als de naden droog zijn, schuur je het best nog even de bramen weg. Daarvoor neem je een schuurgaas, die loopt minder snel vol dan een schuurpapier. Schuur niet te veel weg.

 

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.