Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Renoveer zelf je voordeur

Roger - Een voordeur moet niet enkel dieven tegenhouden, maar ook wind en koude. Als dat laatste nu niet het geval is, moet je hem niet meteen uitbreken. Je kan gerust de voordeur hier en daar wat aanpassen zodat deze toch de grootste wind tegenhoudt.

Transciptie 

 

Deze deur is niet veilig. Er is slechts een enkel slot, en dit kan gemakkelijk gekraakt worden. Er zijn al extra grendels aangebracht, maar deze worden toch beter vervangen door een veiliger meerpuntsslot. Ook komt er tocht door de kieren, iets wat binnen in huis een groot koudegevoel geeft, zeker tijdens de wintermaanden.
We verwijderen de deur, zodat we er gemakkelijk aan kunnen werken. Daarvoor gebruiken we montagekussens. Die steek je onder de deur en pomp je op. Zo wordt de deur uit zijn scharnieren getild. We nemen hem dan mee naar onze werkplaats.
Om de deuropening toch veilig achter te laten, kan je voorlopig een plaat monteren waar de deur stond. Die maak je vast met pluggen en schroeven in de muur.

Je moet natuurlijk wel zeker zijn dat je het huis langs een andere deur kan verlaten.
Nu we in het atelier zijn, kunnen we de deur grondig aanpakken. Eerst verwijderen we het oude beslag. De grendels hebben we niet meer nodig, en de tochtband mag de vuilbak in.
Nu wordt het ook duidelijk hoe onveilig de oude cilinder was. Het rozas, de beschermingsplaat van je slot, kan je langs buiten afschroeven en de cilinder steekt ver genoeg uit om hem uit te breken. Die cilinder haal je weg door de borgschroef uit te draaien. Zo kan je de cilinderverwijderen en het slot uit de slotkast nemen. Als laatste nemen we nog de oude tochtstrook weg.


Je koopt dus het best een slot met dezelfde maten als je oude slot.
Leg de deur op zijn zijkant, zo kan je de openingen voor het nieuwe slot gemakkelijk infrezen. Schraap wel eerst de verf weg om te zien of er aan de verbindingen geen schroeven zijn waarop je frees kan stuk gaan.
Monteer een freeskop die dezelfde breedte heeft als je slot. Stel de freesdiepte dan in. Daarvoor breng je de frees eerst gelijk met het freesvlak. Stel je dieptestop dan in. Dat kan je gemakkelijk doen door het slot zelf tussen de diepteaanslag te steken. Draai de diepteaanslag vast. Draai nu de frees zelf terug los en verlaag het freesvlak tot aan de diepteaanslag. Nu heb je de correcte freesdiepte beet. Stel nog even de langsgeleider in zodat hij in het midden van de slotkast komt te zitten en je kan beginnen frezen.
Het nieuwe slot is hier groter dan het oude. We moeten de opening dus groter maken. Zorg dat de gaten voor de kruk en de cilinder juist zitten en markeer waar het nieuwe slot komt. Op de boor kleef je een stuk tape, zodat je niet te diep boort.

Boor eventueel de extra uitsparing uit. Dat gaat het gemakkelijkst met een slangenboor. Neem er een met dezelfde breedte als je slot.
Duid ook aan waar de andere openingen moeten komen voor de grendels van het meerpuntsslot. Ook daar boor je de opening met een slangenboor. Doe eerst het begin en het einde , zodat je weet van waar tot waar je moet boren. Daarna boor je alle gaten ertussen.
De openingen zijn nu nog ruw, maar kan je gemakkelijk bijwerken met een houtbeitel. Zo krijg je een perfecte opening. Hou de vlakke kant van je beitel gelijk met de rand van je opening.
Pas het slot om te controleren of alle openingen op maat zijn.
Achteraan het slot heb je nog het mechanisme om de grendels te bedienen. Dat zit wat dieper. Daarom moeten we met de frees nog een extra gang maken. Neem een smallere frees en stel weer de diepte in. De langsgeleider mag je laten staan.

Ga nu met die frees nog eens over de opening. Nu zou het slot er perfect moeten inpassen en dit zonder dat het mechanisme gehinderd wordt.
Het slot is sowieso nog wat te lang. Maar dat kan je gemakkelijk afkorten met een ijzerzaag. Duid aan tot waar het slot moet komen en zaag het af zodat het zowel boven- als onderaan gelijk komt met de deur.


Ook deze kan je terug infrezen onderaan de deur. Het is wel niet aangeraden dit in een keer te doen, daarvoor is de valdorpel te lang. Frees hem in via meerdere werkgangen tot de freeskop volledig in de onderkant van de deur zit.
Je moet de tochtdorpel dan nog inkorten. Dat kan je enkel doen langs de kant waar het sluitmechanisme niet zit. Je zaagt hem door met een ijzerzaag. Vijl de randen nog wat bij voor een mooier resultaat. Met de bijgeleverde bevestiging kan je de tochtdorpel vast zetten.
In de deur zelf steken we nog wat isolatie. We kiezen hier voor XPS-platen, maar elke harde isolatieplaat is in principe goed.

Deze platen zijn licht zodat je geen aanzienlijk gewicht aan de deur toevoegt. Maar ze isoleren wel zeer goed. De platen snij je gemakkelijk op maat met een breekmes.


We zetten de platen vast met een beetje PU-schuim. Neem laagexpansief PU-schuim, anders duw je de platen terug naar boven.
Aangezien de tochtdorpel geïnstalleerd is, kunnen we nu ook het meerpuntsslot monteren in de deur.
De binnenkant van de deur bedekken we met een dunne multiplexplaat. Zo is de deur meteen mooi afgewerkt en zie je de isolatie niet meer. De plaat lieten we al op maat zagen in de doe-het-zelfzaak maar we moeten nog enkele uitsparingen voorzien. Teken af waar je scharnieren komen zodat je voldoende ruimte hebt om de deur te kunnen inhaken en teken ook de openingen voor de kruk en de cilinder.

De uitsparing maak je met een decoupeerzaag. Voor de gaten van de kruk en de cilinder gebruik je een vlinderboor.
De plaat maak je dan vast aan de deur. Dit doe je met houtlijm. Omdat de deur al vernist is, neem je beter PU-houtlijm voor een betere hechting. Zet vervolgens de plaat vast met een nagelpistool. Zo zie je bijna niets meer van de bevestiging.
Daarna kun je de cilinder al eens plaatsen om te zien of alles goed werkt.


Duid aan waar het rozas moet komen en boor daar door de deur.
Alles wat we in de werkplaats konden doen, is gedaan, dus is het tijd om terug te keren naar de woning. Daar verwijderen we eerst het tijdelijke paneel dat we hebben gemonteerd.
Alle elementen van het oude beslag mogen ook hier weg. Daarna kunnen we de deur terug in de scharnieren plaatsen.
Voor we de nieuwe slotplaat kunnen monteren, maken we eerst de oude dicht. Dit hoeft niet per se, maar we krijgen zo wel een mooier eindresultaat. We gebruiken daarvoor een PU-vulmiddel, dit hardt snel uit en heeft een hoge eindsterkte. Meng het vulmiddel met wat verharder en meng alles goed door. Hierbij doe je het best wel handschoenen aan. Vul dan de opening volledig met het vulmiddel. Probeer het zo vlak mogelijk af te werken.
Terwijl het vulmiddel droogt, kunnen we boodschappen doen. We willen niet alleen onze deur een gloednieuwe uitstraling geven, ook de gevel moet mee verfraaid worden. En dat doen we op een simpele manier, door een nieuw huisnummer aan te brengen. De keuze is uitgebreid, maar we vinden uiteindelijk iets wat bij onze nieuwe deur past.
Als we terug zijn, is het vulmiddel al hard en kunnen we het schuren tot het mooi gelijk komt met de deurlijst.
Plaats dan even de cilinder zodat je kan zien waar het dagslot en het nachtschot moeten komen. Meet alles op en zet die maten over op het kozijn.
Eerst boor je de opening voor het nachtschot. Dit gaat opnieuw het gemakkelijkst en het vlotst met een slangenboor. Werk de opening mooi recht af met behulp van een beitel.
De rest van de slotplaat kan je inbeitelen. Doe dit met een beitel die even breed is als je slotplaat. Beitel eerst langs de omtrek van de opening en maak daarna vanbinnen alles vrij. Doe dat tot de slotplaat er precies inpast.
Voor dit meerpuntsslot moet je ook nog openingen maken voor de grendels. Ga op dezelfde manier te werk als bij de slotplaat. Meet hoe hoog ze moeten komen en duid de positie aan op het kozijn. Met een slangenboor maak je de diepe openingen . Die werk je dan weer bij met een beitel. Het minder diepe gedeelte van de slotkasten beitel je gewoon uit. Pas regelmatig de slotkast in de opening en stop pas als hij mooi gelijk komt met het kozijn. Zit hij op zijn plaats? Controleer dan ook of de deur goed sluit.
Met het beslag allemaal in orde, kunnen we het uitzicht van de deur gaan veranderen. Ontvet eerst de deur. Dan kan je alles opschuren. Dat mag met een middelfijne korrel, bijvoorbeeld 120. De grote vlakken kan je gemakkelijk met de machine doen. De details zal je sowieso handmatig met schuurpapier moeten doen.

Is alles opgeschuurd? Ontvet en ontstof de deur dan nog voor je gaat schilderen.
Verwijder zo veel mogelijk van het beslag of dek het af met schilderstape. Dan kan je de eerste laag verf aanbrengen. De deur zelf, langs de binnenkant, is nog niet afgewerkt. Daarom bedekken we ze eerst met een grondlaag. Geef die even tijd om te drogen.
Ondertussen hebben we nog een andere klus te doen bij onze gevel. De brievenbus is stuk en moet vervangen worden. Schroef de oude los, want op die plaats komt de nieuwe.
We hangen die niet vast met schroeven en pluggen, maar met klevende schroeven. Zo hebben we er minder werk aan. Kies er uit die zeker genoeg gewicht kunnen dragen.

De plaats waar je de schroeven moet bevestigen kun je heel gemakkelijk bepalen. Steek de klevende schroeven eerst door de bevestigingsopeningen van de brievenbus. Druk die dan tegen de muur en je hebt meteen de juiste positie beet.
Dan breng je de lijm in de opening tot hij er langs het kleine gaatje uitkomt. Zo weet je zeker dat er voldoende lijm zit achter het plaatje. Voor je de brievenbus dan kan ophangen, moet dit wel even drogen.
Het nieuwe huisnummer dat we kochten moet ook nog een plaats krijgen op de gevel. We kijken even welke combinatie het mooiste past. We kiezen voor een plaatje waarop we zelf de cijfers kleven.
Om een mooi resultaat te krijgen, moeten we deze natuurlijk goed uitlijnen op het plaatje. Daarvoor nemen we een stuk schilderstape. Dit zal als referentie dienen. Om de plaat nu nog recht te hangen, kan je de verpakking van de plaat gebruiken. De achterkant daarvan dient als mal om de gaten te boren. Zorg dat de mal recht hangt door je waterpas er tegen te houden.
We plaatsen het huisnummer een beetje van de muur. Dat oogt mooier. Daarvoor hebben we bijhorende afstandshouders gekocht. Monteer de pluggen in de muur en maak de plaat vast met de schroeven en de afstandshouders. De schroeven worden dan afgedekt, zodat je de bevestiging niet meer ziet.
Ondertussen is de primer op de deur gedroogd, dus kunnen we een eindlaag aanbrengen. Schuur daarvoor eerst de deur nog eens op, zowel aan de kant waar de primer is aangebracht als aan de buitenkant. Zo hecht de nieuwe verflaag goed op de oude. Die laatste is nog in voldoende goede staat om er over te kunnen verven. Als deze dan droog is, breng je het best nog een tweede laag aan voor voldoende bescherming.
De lijm van de brievenbus is voldoende gedroogd. Die kunnen we dus ophangen. Monteer eerst de afstandshouders en hang de brievenbus op zijn plaats. Met de moeren zet je alles volledig vast.
Op de brievenbus brengen we nog een extra huisnummer aan, zodat die goed zichtbaar is voor de postbode. We kiezen hier voor een variant die contrasteerd met de brievenbus én bij ons andere huisnummer past.
Als de verf van de deur volledig droog is, kan je de slotkasten voor de grendels en de slotplaat voor het dagschot en het nachtschot monteren. Die schroef je gewoon vast in de openingen die je al maakte.
Om de deur ten slotte volledig tochtdicht te maken, kleven we rondom nog tochtstrips. Aan de slotkant en aan de bovenkant kleven we die aan de slag. Aan de scharnierkant doen we dat niet tegen de slag, maar aan het kozijn. Mocht je dit hier aan de slag bevestigen, dan zal de deur de tochtstrip wegduwen.
Met deze laatste details is onze voordeur volledig gerenoveerd. Ze is nu niet alleen een pak veiliger, maar ze is ook nog eens tochtdicht, wat een groot verschil zal maken voor het koudegevoel in huis.

 

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.