Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Het zelfbouwhuis - aflevering 67

Het aanleggen van een PU-gietvloer - Ep. 67 - Doordat we op de eerste en tweede verdieping een beperkte opbouwhoogte hebben, besluiten we om als afwerking voor een PU-gietvloer te kiezen. Ondanks het feit dat die maar een totale dikte van 3 mm heeft, bestaat zo'n gietvloer toch uit behoorlijk wat verschillende lagen. In deze aflevering tonen we hoe die precies opgebouwd wordt, van de voorbereidingen tot de definitieve afwerkingslaag. We beginnen daarbij met de voorbereidingen van onze chape, het aanbrengen van de primer en de epoxy schraaplaag.

Transciptie 

In de vorige aflevering kozen we de garagepoort. We gingen uiteindelijk voor een sectionale poort met een bekleding in houten latjes.

Na de nodige opmetingen kwam de fabrikant de op maat gemaakte poort in de woning installeren.

 

 

 

 


In deze aflevering leggen we de vloer op de eerste en tweede verdieping.

Doordat we met een beperkte opbouwhoogte zitten, gaan we voor een PU-gietvloer van 3 mm dik.

Na de nodige voorbereidingen wordt de vloer laag voor laag opgebouwd.

 


We laten deze werken uitvoeren door gespecialiseerde plaatsers en willen hierop niet besparen, zo zijn we zeker van een perfect resultaat.

 

 

 

 


Bij onze renovatie zijn we gedwongen de verdiepingshoogte van het oude huisje over te nemen.

Doordat de opbouwhoogte voor onze vloer hierdoor beperkt is, beslissen we om als afwerking voor een gietvloer te kiezen.

 

 


Disc 185

C0010
Een gietvloer is een zelfnivellerende naadloze vloerbekleding op basis van kunststofharsen. Die zijn beschikbaar in epoxy, polyurethanen, acrylaten, cementgebonden gietvloeren… Dus er is een heel uitgebreid gamma aan die gietvloersystemen.


Disc 185

C0013
De gietvloer die wij het vaakst aanbevelen zijn epoxy of polyurethaan gietvloeren. Het verschil tussen de twee is dat een epoxy gietvloer voornamelijk geplaatst wordt in zones waardat de puntlasten vrij hoog liggen. Dus dan denk ik aan fabriekshallen, werkplaatsen, garages… Wanneer dat het een lichtere belasting is, voetgangersverkeer is, een woning – dus een particuliere belasting, dan wordt er voornamelijk gekozen voor een polyurethaan gietvloer, omdat die veel flexibeler is, veel zachter is om te belopen. Heel aangenaam om te belopen met de kousenvoeten, en vooral ook scheuroverbruggend is. Dus voor nieuwbouwprojecten is een polyurethaan gietvloer veel interessanter.
Het gaat in ons geval om een gewone particuliere woning, dus kiezen we voor een polyurethaan gietvloer.

Die heeft een opbouwdikte van amper 3 mm, wat ideaal is bij onze beperkte hoogte.

Maar deze dunne afwerkingslaag houdt uiteraard ook in dat de startsituatie voor de plaatsing zo ideaal mogelijk moet zijn, want er is weinig marge om te corrigeren…

 

 


Disc 185

C0015
De voorbereidingen die heel belangrijk zijn om voor ons een kwaliteitsvolle gietvloer te kunnen afleveren, is uiteraard punt 1: de vlakheid van de chape. Die moet natuurlijk perfect liggen. Euhm… puntje 2 is de droging van de chape. Die moet rond de 2 % vochtgehalte bevatten (=droogtijd?). Wij komen die uiteraard op voorhand voldoende vocht meten. Als er met vloerverwarming gewerkt wordt, moet de vloerverwarming ook een volledige opstartcyclus gedraaid hebben, liefst zelfs twee opstartcyclussen.

Euhm… Puntje 3 dat ook heel belangrijk is, is voldoende uitzettingsvoegen in de chape. In alle deuropeningen, in het verlengde van de draagmuren worden die uitzetvoegen geplaatst. In de gietvloer worden die ook hernomen, maar ze worden op een manier heel esthetisch ingewerkt, en dat we met de gietvloer zelfs kunnen overlagen, zonder problemen.

Puntje 4 is voldoende verlichting. Euhm… merken we heel vaak dat dat wel eens vergeten wordt. In elke ruimte dient er voldoende verlichting van bovenaf te zijn.

Puntje 5 is in de zomermaanden een keer met insecticidespray rondgaan, dat er zo min mogelijk beestjes en dergelijke insecten kunnen kruipen in de gietvloer.


Disc 185

C0015
En als laatste puntje is het ook heel belangrijk om de woning of de ruimte zo stofvrij mogelijk aan te leveren. De bezetting mag zelfs al een primerlaag op geplaatst worden… euh, dat we daar ook zo goed mogelijk stofvrij kunnen werken.
Eens zo alle voorbereidingen getroffen zijn, kan de fabrikant langskomen om de gietvloer te plaatsen.

 

 


Disc 185

C0012
Een gietvloersysteem is opgebouwd uit 4 tot 5 verschillende lagen. Afhankelijk van de belasting die gaat plaatsvinden, gaan we naar epoxy, polyurethaan of de andere soorten gietvloeren.

Euhm in particuliere projecten plaatsen we voornamelijk de polyurethaan gietvloer en dan gaan we er van uit dat we starten op een nieuwe chape.

Als we op een nieuwe chape starten… plaatsen, dan starten we dag één met een euh primerlaag. Een hechtingslaag die we gaan plaatsen, tegelijkertijd doen we alle voorbereidingen die nodig zijn.

De dag nadien, de tweede dag, plaatsen we onze epoxy schraaplaag. Dat is een flinterdunne epoxylaag die geplaatst wordt over de primerlaag dan, die de hele fijn poriën in de chape gaat voeden en de hele fijne oneffenheden nog gaat wegwerken, indien nodig.

Dag 3 plaatsen we de polyurethaan gietvloer, die zelfnivellerend is. A- en B-componenten die worden opgemengd, uitgegoten en met behulp van een spaan worden die verdeeld en die liggen zichzelf mooi egaal.

Dag 4 wordt de eerste toplaag opgerold. En dag 5 wordt de tweede toplaag geplaatst. Zowel de PU-massa als de toplagen worden op kleur aangebracht.

 

 


Voor de plaatsers de primerlaag kunnen aanbrengen, moeten ze de ondergrond zo goed mogelijk voorbereiden.

 


Ze beginnen met het afschrapen van de vloer om losse stukjes, zoals bijvoorbeeld pleister, te verwijderen. Op die manier is de chape zo vlak mogelijk om van te starten.

 


Ook de muren worden onderaan afgestoken, zodat er een nette haakse hoek is met de vloer en ze mooi tot ertegen kunnen gieten.

 


Daarom moet ook de geplaatste randfolie afgesneden en weggebrand worden. Want het is nodig om de naden met de muren op te kitten, zodat de gietvloer er niet tussen zou lopen, maar ze toch tot tegen de muur kunnen afwerken.

De mousse moet daarom iets lager dan het chapeniveau weggebrand worden, zodat er voldoende ruimte is voor de kit om te hechten.

 


Te grote openingen worden opgespoten met PU-schuim, zodat de gietvloer daar niet zou kunnen weglopen en er een kratertje zou ontstaan.

 


Zitten er gaten of te diepe putten in je dekvloer zelf, dan worden die bijgewerkt met een reparatiemortel die bestaat uit een mengsel van hars en zand en heel stevig zal uitharden.

 


Ook eventuele barsten in de chape moeten aangepakt worden, om te voorkomen dat die in de gietvloer zouden aftekenen.

De barst wordt daarom ingeslepen, met haaks erop een aantal extra incisies met een tussenafstand van 10 centimeter.

 


In onze badkamer op de eerste verdieping komt een ruime inloopdouche. Om die met de rest te integreren krijgt die ook een vloerafwerking in PU.

Maar het is natuurlijk belangrijk dat er een douchegoot in de vloer zit en er voldoende helling is om het water er naartoe te leiden.

 


De ruimte werd daarom voorlopig opengelaten in de chape en wordt nu door de plaatsers van de gietvloer uitgechapet, met een helling van 1 cm per meter richting de goot, die dus iets lager ligt.

 


Ze gebruiken hiervoor een uitvulmortel die bestaat uit kwartssteentjes en epoxyhars. In de juiste verhoudingen zal dit na een droogtijd van 12 u. een heel stevige en harde ondervloer vormen voor onze inloopdouche.

 


Bij het uitvullen let de plaatser erop dat hij met de mortel niet tot boven het niveau van de goot, de bestaande chape en het uitgetekende vloerniveau komt. Daarbij gebruikt hij water om het langsboven glad te kunnen afstrijken, zodat het geheel mooi in elkaar doorloopt.

 


De dekvloer moet daarna grondig gestofzuigd worden, zodat er zo weinig mogelijk stof of vuil op onze vloer en in de uitzetvoegen zit, die het eindresultaat zou kunnen aantasten.

 


Ook de ingeslepen barsten in de chape worden schoongemaakt, zodat die van de nodige verankering kunnen worden voorzien.

Want in de dwarse sleuven worden nog verstevigende krammetjes gestoken, die vastgezet worden met zuivere epoxy.

Op die manier is de scheur verankerd en zal die niet zichtbaar zijn in je gietvloer.

De overtollige hars wordt daarbij vlak afgestreken, zodat er zo weinig mogelijk verdikkingen in de ondervloer zitten.

 


Ook de naden met de muren, waar de randfolie weggebrand werd, worden nog opgekit met een gewone acrylaatkit.

Op die manier voorkomen ze dat de gietvloer langs de muren weg zou kunnen lopen.

 


Maar het is hierbij wel belangrijk dat de kit grondig, in een zo recht mogelijk hoek tussen muur en chape afgestreken wordt.

Want zou het wat omhoog gaan, dan zou het product weer van de muur weg vloeien en niet blijven staan.

Ze gebruiken hiervoor een pottenlikker, omdat die flexibel is en een relatief scherpe hoek heeft om mee af te strijken.

 


Ten slotte worden alle uitzetvoegen nog aangeduid op de muur met tape en een stift. Want door de verschillende opbouwlagen, zullen die moeilijker zichtbaar zijn en het is belangrijk om hun exacte positie te kennen.

 


Dan kan de primer uiteindelijk aangebracht worden.

Het gaat om een solventvrij, reukloze en milieuvriendelijk product die de hechting van de volgende laag zal verbeteren. Het vormt als het ware een film die de poreuze chape afdicht. Want die is luchtig en zou ook belletjes in de gietvloer kunnen veroorzaken.

 


Het product wordt royaal op de dekvloer aangebracht en verdeeld over het oppervlak met een trekker. Hiermee wrijven ze het product minder open en hebben ze dus zeker een voldoende dikke laag die zijn werk zal doen.

 


Op de epoxymortel aan de douche hoeft er niet geprimerd te worden. Want die is nog niet genoeg uitgedroogd en zal bovendien uit zichzelf voldoende hechting geven doordat het om een epoxymengsel gaat.


De epoxymortel
Is de volledige vloer, met alle hoekjes en kantjes inbegrepen, zo ingesmeerd, dan zijn de voorbereidingen klaar om de volgende dag tot de eerste opbouwlaag te kunnen overgaan.

 

 

 

 


De eerste effectief egaliserende laag die ze nu gaan aanbrengen bestaat uit epoxy. Maar voor dit kan gebeuren, moeten er opnieuw een aantal voorbereidingen gedaan worden.

 


De belangrijkste factor hierbij is het dichtmaken van de uitzetvoegen. Deze naden moeten eerst opgevuld worden, anders zou de schraaplaag er in lopen en daar een putje vormen.

Door ze dan achteraf opnieuw in te slijpen in de harde epoxy en op te kitten, heb je deze putten niet.

 


Er wordt opnieuw een mengsel op basis van 2-componentenepoxy gebruikt om de naden dicht te plamuren.

Dit is in principe hetzelfde product als de dag ervoor, maar nu wordt er meer indikmiddel toegevoegd, zodat het iets dikker is.

 


Eens het product aangemaakt en goed gemengd is, heeft de plaatser maar 10 minuten om het te verwerken.

Hij maakt dus niet te veel epoxyplamuur in een keer aan, zodat hij niet te veel verlies heeft.

 


Het aanbrengen is in principe vrij simpel, maar moet dus snel gaan. Met een spateltje vult hij alle voegen en naden, en strijkt hij het overtollige product weer af.

 


Ook putjes in de dekvloer met scherpe randen of putjes die dieper zijn dan 0,5 cm worden met dit product opgevuld, zodat ze niet meer zichtbaar zouden zijn in de epoxy schraaplaag.

 


Na 24 uur zal deze plamuur keihard zijn, dus dan mogen de uitzetvoegen opnieuw ingeslepen worden, maar ondertussen kan er al wel de epoxylaag over gegoten worden.

 


Deze schraaplaag in epoxy is eigenlijk egalisatie en primer voor de volgende laag in één.

Met deze laag, vul je de meeste putjes en krijg je ook een heel sterke ondervloer, want epoxy heeft al zijn kwaliteit bewezen.

 


Deze epoxyhars bestaat uit een A-component, een epoxyhars, en een B-component, een epoxyharder die voor de nodige uitharding en sterkte zorgt.

Daarbij wordt nog kwartsmeel toegevoegd dat het mengsel meer body geeft en dikker maakt. Zou het te vloeibaar zijn, dan kun je er moeilijk mee egaliseren.

 


Ook hier is de verwerkingstijd weer behoorlijk kort, waardoor de plaatser maar een kuip per keer kan maken.

Is alles goed gemengd, dan moet hij het product ook meteen gaan aanbrengen.

 


Hij giet het uit over de chape en verdeeld het tot in alle hoekjes en kantjes met een spaan.

De epoxy moet voor 85 % in de goeie richting geleid worden, de resterende 15 % egaliseert zichzelf.

 


Doordat het product zo snel droogt, is het een race tegen de tijd om de schraaplaag in één beweging te kunnen gieten.

De plaatser begint bij het verste punt en werkt zo naar de uitgang toe.

Maar aangezien er aan weerzijden van de uitgang moet gevloerd worden, moet hij van 2 zijden tegelijk naar het midden toe werken. Daarom begint hij met een emmer aan de ene kant om daarna een emmer aan de andere kant aan te brengen en zo verder. Want het product moet ook nat-in-nat samenkomen.

 


Het spreekt voor zich dat dit wel wat ervaring vereist. Dit is dan ook de reden waarom we deze plaatsing overlaten aan vakmensen.

 


Gedurende de hele plaatsing, wordt er uiteraard van boven naar beneden gewerkt, zodat er niet door de nog natte lagen zou moeten getrappeld worden.

 


Deze schraaplaag in epoxy dient trouwens als tussenlaag voor het egaliseren en dichtzetten van de chape.

Kleine niveauverschillen kunnen hiermee weggewerkt worden en de ondergrond wordt vloeistofdicht, waarmee we een goeie basis creëren voor de volgende laag, de PU-laag.


Een schraaplaag is een kunststofgebonden tussenlaag voor het egaliseren en dichtzetten van ondergronden zoals zandcement dekvloeren en beton. De schraaplaag wordt aangebracht als tussenlaag ná een epoxy primer en vóór een gietvloer van epoxy of polyurethaan. De schraaplaag maakt de ondergrond volledig vloeistofdicht. Schraaplagen worden uitsluitend op (vrijwel) horizontale vlakken toegepast.
Het product voor in de douchekamer maakt de plaatser iets dikker – dus hij voegt iets meer kwartsmeel toe, zodat het mooi de helling van de ondergrond volgt, zonder in de goot te lopen.

 


De schraaplaag moet nu nog verder uitharden, zodat we de volgende dag kunnen verdergaan met de volgende laag.

 

 

 

 


In het tweede deel van deze aflevering wordt de gietvloer verder afgewerkt.

Nu de voorbereidingen en de egaliserende tussenlaag in epoxy geplaatst zijn, kan overgegaan worden tot het gieten van de PU-laag. Die wordt dan nog afgewerkt met een toplaag, in ons geval met een sinaasappelhuidstructuur voor een verhoogde krasbestendigheid.

 

 

 

 

We laten deze werken uitvoeren door gespecialiseerde plaatsers en willen hierop niet besparen, zo zijn we zeker van een perfect resultaat.

 

 

 

 


Op de eerste dag van de plaatsing troffen de vakmannen de nodige voorbereidingen en brachten ze een primer aan op de dekvloer om de hechting te verbeteren.

 


Daarna konden ze op dag twee de tussenlaag in epoxy plaatsen. Die zorgt voor het egaliseren van de laatste putjes en vormt een zeer sterke basis voor de rest van onze gietvloer.

Deze epoxylaag heeft ook de eigenschap dat de volgende laag er goed op zal hechten en er geen extra primer nodig is.

 

 


Disc 185

C0010
Een gietvloersysteem is opgebouwd uit euh vier tot vijf verschillende lagen. Afhankelijk van de belasting die er gaat plaatsvinden uiteraard.

Meestal starten wij op een nieuwe ondergrond. Op een nieuwe chape starten wij met onze primerlaag. Om een goeie hechting te verzekeren van de gietvloer. Na uitharding van die primerlaag plaatsen we de dag daarop plaatsen we de epoxy schraaplaag. Dat is een flinterdunne epoxylaag die de poriën van de chape volledig gaat voeden en de hele fijne oneffenheden in de chape nog gaat bijwerken indien nodig. Na uitharding, de derde dag dan, wordt de polyurethaan gietvloer geplaatst – of epoxy gietvloer. En die zijn zelfnivellerend, zijn A- en B-componenten die worden opgemengd, uitgegoten, met de spaan… met behulp van de spaan gaan we die lichtjes verdelen en die legt zichzelf heel mooi egaal.

Na uitharding opnieuw, de dag daarop, plaatsen we de eerste toplaag. Na uitharding van die toplaag plaatsen we de dag erop de tweede toplaag.

 

 


Met de volgende laag, in polyurethaan, gebeurt de laatste egalisering van de vloer. De ondergrond moet dus nogmaals tot in de puntjes klaargemaakt worden om een optimaal resultaat te krijgen.

 


Nu de epoxy voldoende hard is, kunnen de uitzetvoegen opnieuw ingeslepen worden, want die moeten in de vloer doorgetrokken worden om hun nut te behouden.

 


Door de locatie van de naden vooraf te markeren met tape op de muur, weet de plaatser nu precies waar ze zitten.

Hij plakt deze positie af op de vloer, zodat hij mooi recht zou kunnen slijpen.

 


Heeft hij alle voegen zo aangeduid, dan kan hij met het slijpwerk beginnen.

Met een kleine haakse slijper maakt bij een incisie volgens de lijn van de tape en dus waar de uitzetvoegen in de chape zitten.

 


Het is hierbij belangrijk dat hij goed door de epoxy slijpt, zodat naastliggende ondervloeren los van elkaar kunnen bewegen en uitzetten of krimpen zonder barsten te veroorzaken.

 


Daarna haalt hij de tape weg, zodat het stof grondig kan opgekuist worden.

Want het is heel belangrijk dat de ingeslepen voegen volledig stofvrij zijn, zodat de kit waarmee ze flexibel zullen opgevuld worden, goed zal hechten.

 


In de douchegoot wordt nu ook een mousse gestoken. De PU en de toplagen zullen tot net boven de goot moeten komen, zodat die niet hoger zit dan de vloer.

Daarom maakt de plaatser de mousse een paar milimeter te groot, zodat hij goed in de goot klemt en er geen PU in de goot kan lopen.

 


Eens de volledige vloer nauwkeurig gestofzuigd is zodat alle losse deeltjes weg zijn en de naden proper zijn, gaat hij deze voegen nu nog opkitten.

 


Om een mooie strakke naad te hebben, moeten alles opnieuw afgetapet worden. Hoe strakker het afgekit is, hoe netter dit ook in het eindresultaat zal zijn.

 


Voor het opkitten gebruikt hij een flexibele polymeerkit. Dit is compatibel met een PU-gietvloer en is beter dan silicone. Deze kit zal niet krimpen waardoor de naad niet in een putje zal vallen.

Daarnaast is het flexibel, waardoor de uitzetvoegen hun werk zullen kunnen blijven doen, én de volgende laag zal er goed op hechten. Niets dan voordelen dus!

 


Voor de kit wordt een gelijkaardige kleur als de uiteindelijke vloer gebruikt. Zo blijft de functie van je uitzetvoeg behouden en heb je een zeer mooi afgewerkt resultaat, wanneer hier straks de polyurethaan gietvloer overkomt. Op termijn kunnen naden licht gaan aftekenen, maar je bekomt wel een naadloos effect.


Door de voegen op deze manier in de vloeropbouw te hernemen en af te werken, zullen ze amper merkbaar zijn, aangezien ze nog met de polyurethaan gietvloer bedekt zullen worden.

Op termijn kunnen de naden licht gaan aftekenen, maar je bekomt wel een naadloos effect.
In ons geval zal de vloer lichtgrijs zijn, waardoor dus ook een lichtgrijze montagelijm gebruikt wordt.


Voor het kitten wordt een gelijkaardige kleur als de uiteindelijke vloer gebruikt.

In ons geval zal de vloer lichtgrijs zijn, dus gaat het om een lichtgrijze kit.
De voegen worden hiermee grondig opgevuld en vlak afgestreken met een plamuurmes.

 


De tape wordt dan ook onmiddellijk weggehaald, voor de kit droog is, om een mooi strakke naad te bekomen.

 


Het flexibel opkitten van de uitzetvoegen kan al in deze fase gebeuren, omdat de bovenliggende lagen – de polyurethaan en de toplagen – eveneens flexibel zijn en de werking dus niet zullen beïnvloeden.

Ze worden met andere woorden naadloos mee in de vloer verwerkt en zullen zich enkel subtiel in de vloer aftekenen wanneer de dekvloer uitzet of krimpt onder invloed van de temperatuur.

 


Het is dan ook zeer belangrijk dat er niet op deze nog natte opgekitte voegen gelopen wordt, zodat de aftekening mooi recht blijft.

 


Ook de naden met de muren worden in deze fase nog nagekeken.

En waar er eventueel nog gaatjes zitten, worden die eveneens opgekit en netjes afgestreken met een flexibele spatel.

 


Daarmee is alles klaar en kan overgegaan worden tot het gieten van de PU-laag.

In tegenstelling tot de epoxy schraaplaag is die flexibel en neemt hij gemakkelijker de omgevingstemperatuur aan. Op die manier is deze aangenamer om op te lopen en is hij minder geneigd te scheuren, dan mocht je een epoxy-gietvloer kiezen.

 


Het mengsel bestaat opnieuw uit 2-componenten, die aangedikt worden met kwartsmeel. De A-component is hierbij aangekleurd, zodat de PU-laag al de definitieve kleur benaderd.

 


Als alle ingrediënten in de juiste verhouding gemengd zijn, wordt het mengsel overgegoten in een nieuwe ton. Zo zijn eventuele niet-gemengde restjes die aan de pot blijven plakken eruit.

Dit wordt dan nog eens gemengd, zodat er zeker geen zwakke plekken in de vloer zouden zitten.

 


De werkwijze is nu dezelfde als bij de schraaplaag.

Het product wordt uitgegoten, waarna de plaatser het netjes richting muren, hoeken en kantjes verdeelt. De rest van het product nivelleert zichzelf, waardoor je uiteindelijk een zeer vlak oppervlak krijgt.

 


Dit moet heel zorgvuldig en voorzichtig gebeuren, zodat er geen oneffenheden meer zijn en het product niet opspat bij het verdelen.

 


Doordat de PU trouwens vloeibaarder is dan de epoxylaag, is er nóg minder tijd om het te verwerken, namelijk zo’n 10 à 15 minuten.

 


Eens hij dus start met aanbrengen, is het voor de plaatser een race tegen de tijd om de volledige laag volgens de regels van de kunst – namelijk nat-in-nat, richting de uitgang – te gieten.

 


In de inloopdouche, kan er door de geplaatste mousse, ook netjes en vlot tot tegen de douchegoot gewerkt worden.

 


De vloeibaarheid van de polyurethaan heeft natuurlijk ook zijn voordelen. Daardoor kun je het mooi overal laten aansluiten. Maar het is wel belangrijk dat het in de juiste richting geleid wordt. want het kan zich niet volledig zelf nivelleren.

 


Een extra aandachtspunt bij het plaatsen van deze laag is dat je tijdens het werken niet op de nog natte uitzetvoegen mag stappen, zodat die strak onder de PU-laag weggewerkt zitten.

Naast het snel doorwerken is er dus nog wat behendigheid vereist!

 


Vanaf deze laag is de eerdere scheur in de chape ook volledig onzichtbaar weggewerkt. Mocht die niet goed verankerd zijn, dan zou de barst zich al opnieuw aftekenen in de schraaplaag.

 


Nu is opnieuw een dag droogtijd nodig alvorens de toplagen kunnen geplaatst worden.

 

 

 

 

 


Disc 185

C0019
De verschillende afwerkingen voor onze gietvloeren voor zowel epoxy als polyurethaan zijn de peach peel toplaag en de orange peel toplaag.

De orange peel toplaag hebben we hier geplaatst omdat de orange peel toplaag veel krasvaster is, veel zuurbestendiger is, maar heeft wel een hele fijne structuur. Maar wanneer dat er huisdieren zijn, kinderen zijn, dat de belasting iets groter is, dan proberen we die toplaag toch zeker aan te bevelen omdat de kwaliteit veel hoger ligt.

De peach peel toplaag kan ook perfect geplaatst worden. Die is heel strak en esthetisch net dat tikkeltje mooier. Maar is sneller gevoelig aan eventuele verkleuringen door zuren, krassen… én u gaat er ook veel meer vuil op zien omdat de toplaag zo strak ligt.
Maar voor ze de toplaag kunnen plaatsen, moeten nog de laatste oneffenheden weggewerkt worden.

 


Lichte golven of strepen – die enkel een getraind oog kan zien – worden weggeschuurd met een zacht schuurpapier met korrelgrootte 100 tot 150.

Dit gebeurt voorzichtjes, zodat er geen putten gemaakt worden.

 


Daarna worden alle muren nog afgetapet, zodat ze met de afwerkingscoating niet op de muur zouden schilderen.

 


Ook de douchegoot wordt verder aangepakt. Aangezien de laatste egaliserende vloeibare laag de dag ervoor al gegoten werd, mag de mousse eruit gehaald worden.

 


In de goot zelf plakte de plaatser trouwens tape, zodat het product dat er eventueel toch in zou lopen de afvoer niet zou verstoppen.

 


De randen worden extra fijn bijgewerkt met de schuurmachine.

De plaatser doet dit heel zorgvuldig, zodat de goot vlekkeloos in onze vloer geïntegreerd zal zitten.

 


Met al dit schuren veroorzaak je natuurlijk terug stof en vuil op de vloer, wat heel nefast is voor de afwerkingslagen.

Daarom moet alles opnieuw heel grondig gestofzuigd worden, zodat er geen losse deeltjes meer te vinden zijn.

 


De vloer wordt daarna nog gepoetst met zuiver water, om de laatste restjes stof weg te halen.

Het is wel een vereiste om de dweil regelmatig uit te spoelen, zodat er steeds met een schone doek gewerkt wordt.

De plaatser gebruikt warm water om te poetsen, dan verdampt het sneller en kun je vlotter doorwerken.

 


Propere schoenovertrekjes zijn vanaf dit punt extreem belangrijk om de vloer te betreden, zodat je geen bijkomend vuil zou aanbrengen.

 


Dan kan overgegaan worden tot de eerste afwerkingslaag. Deze coating bestaat ook uit polyurethaan, maar heeft maar één component.

Daar wordt wel nog pigment aan toegevoegd om de gewenste kleur te bereiken.

 


Hij maakt meteen voldoende product voor de volledige vloer aan, in één pot, zodat de hele laag exact dezelfde kleur zal hebben.

De verwerkingstijd van dit product is iets langer, waardoor dit mogelijk is.

 


Om te vermijden dat er nog brokjes in het mengsel zouden zitten, wordt het ten slotte nog gezeefd door een nylonkous voor ze starten.

 


De heel fijne orange peel structuur wordt nu bekomen door de polyurethaan toplaag aan te brengen met een pluisvrije verfrol.

De randen en hoekjes worden met een dun rolletje of borstel gedaan, de rest met de grote rol.

 


Om deze coating aan te brengen moeten ze trouwens een gesloten pak dragen. Hiermee wordt zo veel mogelijk vermeden dat er haren in de toplaag zouden kunnen vallen.

 


Een belangrijke tip die we trouwens kunnen meegeven wanneer er bij jou thuis een gietvloer gelegd wordt: bedwing je nieuwsgierigheid en loop tijdens de werken niet over de vloer tot die helemaal afgewerkt en droog is. Want je zou altijd vuil of oneffenheden kunnen meebrengen die het eindresultaat aantasten!

 


Als schoeisel draagt de plaatser tijdens het coaten instapschoenen met een structuur aan de onderkant.

Daarmee zal hij de coating niet beschadigen wanneer hij erover loopt om na te rollen.

 


Het aanbrengen van de coating gebeurt eigenlijk net als bij gewone schilderwerken. De randjes worden gedaan met een borstel of klein rolletje, zodat er mooi tot in de hoekjes kan gewerkt worden.

 


Het aanbrengen van de PU-toplaag in het middenvlak gebeurt met een rol van 25 cm breed.

Het product wordt zorgvuldig aangebracht – niet te dik – en mooi opengewreven.

 


Als laatste stap wordt er met een bredere rol van 50 haaks in de andere richting nog eens aangerold.

Zo zijn de naden van het verven zeker weg en krijg je een mooi egaal resultaat.

 


Best is om de coating kamer per kamer aan te brengen, te beginnen met de randen, dan het middenstuk en dan het narollen.

Zo zijn de randen zeker nog niet te veel uitgedroogd voor het afwerken.

 


Het is wel nog steeds nodig om goed door te werken, zodat de vloer tussen de verschillende kamers mooi in elkaar overvloeit.

 


De toplagen geven aan de vloer trouwens zijn definitieve kleur en structuur en maken het resultaat ook duurzamer.

De gebruikte polyurethaan toplaag is zeer slijtvast en geeft een verhoogde UV-, kras- en zuurbestendigheid aan de gietvloer.

 


Na 24 uur kan de tweede laag op exact dezelfde manier worden aangebracht.

Met één laag zou je soms nog strepen of wolken kunnen hebben omdat je de verf niet te dik of te dun mag aanbrengen.

Door er nog een tweede toplaag op te doen, bekom je dus een perfect resultaat!

 


Uiteindelijk moet de laatste toplaag dan nog 48 uur drogen voor je erop mag lopen. Je wacht best een 7-tal dagen om de vloer dan volledig te belasten.

 


Na die twee dagen kun je de tape die je muren beschermde ook weghalen.

Best is om eerst een incisie te maken voor de de tape aftrekt, zo riskeer je niet de coating mee te trekken.

 


Op die manier is onze gietvloer af! Na deze vijf dagen ziet onze woning er meteen een stuk gezelliger, ruimer en meer afgewerkt uit.

 

 


Disc 185

C0018
Het onderhoud van een gietvloer is enorm gemakkelijk. Vooral omdat we geen voegjes hebben zoals bij een klassieke betegeling. We hebben een volledige naadloze bekleding, wat het onderhoud enorm vergemakkelijkt. En kan perfect gepoetst worden met een euh allesreiniger, met lauw water euhm… en kan die wekelijks of tweewekelijks gedweild worden. Heel belangrijk is wel om na het poetsen met proper water de zeepresten, de achterblijvende zeepresten, van de vloer te halen.


Disc 185

C0017
Het onderhoud van een gietvloer is enorm gemakkelijk. Gewoon met lauw water, met weinig zeep, met een allesreiniger bijvoorbeeld, kan de vloer gedweild worden. Het allerbelangrijkste van het onderhoud is met proper water naspoelen, dat we de zeepresten van de vloer afhalen. Want dat is de grote boosdoener voor het extra aantrekken van vuil en dergelijke.

 

 


We lieten deze werken uitvoeren door vakmensen om zeker te zijn van een perfect resultaat waardoor we niet konden besparen.

Ons totaal bespaarde bedrag blijft dus voorlopig staan op 91.230 euro.

 

 

 

 


In de volgende aflevering gaan we de wand in de douchekamer waterdicht afwerken. We gebruiken hiervoor een micromortel die een eerder ruwe betonlook aan de douche zal geven.

Daarna starten we met het plaatsen van de rails voor de schuifdeuren.

 


Wil je Het zelfbouwhuis herbekijken? Surf dan naar www.dobbit.be!

 

 

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Het Zelfbouwhuis

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.