Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Garage inrichten met Roger

Een garage biedt in eerste instantie plaats voor een wagen, maar kan ook dienen als multifunctionele ruimte. Daarom overlopen we in deze aflevering allerlei manieren om je garage te renoveren en opnieuw in te richten. Te beginnen met… de vloer.

Transciptie 

Een garage biedt in eerste instantie plaats voor een wagen, maar kan ook dienen als multifunctionele ruimte. Daarom overlopen we in deze aflevering allerlei manieren om je garage te renoveren en opnieuw in te richten. Te beginnen met… de vloer.

 


Het spreekt vanzelf dat een garage een vloer moet hebben die bestand is tegen slijtage en vlekken. Een vloercoating zal de garagevloer krasvast en vuilbestendig maken. Reinig daarvoor de vloer eerst met een detergent en spoel grondig na met zuiver water.

Daarna maak je de ondergrond helemaal vetvrij met een mix van 20% keukenazijn en 80% water. Gebruik in ieder geval nooit alkalische reinigingsmiddelen zoals bruine zeep, sodakristallen en ammoniak, want die hebben een te hoge pH-waarde.

Laat het product 15 minuten inwerken en spoel dan goed af. Hierna moet de ondergrond 4 dagen drogen vóór je de coating aanbrengt. Eenmaal die periode gepasseerd is, stofzuig je alles nog eens. Tape dan de randen af zodat je die niet per ongeluk meekleurt.


Meng het product goed door, zowel in de pot als wanneer je het aangevuld hebt met water. Breng dan de eerste laag langs de randen aan met een kwast. Voor de grote stukken kun je een verfrol op een telescopische steel gebruiken.

Na 24u breng je dan een eerste afwerkingslaag aan; gebruik daarvoor hetzelfde product, maar dan onverdund.

Nog eens 24u later is het tijd voor de tweede afwerkingslaag, die je eveneens onverdund kruislings aanbrengt op de vorige laag.

Na 72u uitdrogen is de coating al beloopbaar, maar wacht wel 7 dagen voor je er met de auto op rijdt.
Als je nu een gemakkelijkere of tijdelijke oplossing zoekt voor je garagevloer, dan zijn pvc-tegels ideaal. Die zijn duurzaam, gemakkelijk om schoon te maken en plaatsbaar zonder dat je de bestaande vloer moet uitbreken. Je kunt de tegels nadien ook zonder problemen weer weghalen.

Pvc-tegels klik je als een puzzel in elkaar. Je hebt dus geen lijm, onderlaag of primer nodig. Je legt de tegels uit en hamert ze met een rubberhamer in elkaar. Waar nodig zaag je ze op maat.

Net als bij laminaat hoor je wel een uitzetvoeg over te houden aan de kanten, zodat de tegels kunnen uitzetten bij temperatuurverschillen.


Tot zover de vloer. Gaan we over naar de garagepoort; ook die kun je zelf aanpakken.


Een garagepoort die zijn glans verloren heeft, hoef je niet meteen opnieuw te verven. Je kunt hem ook gewoon behandelen met een smerende en beschermende multispray. Spray de poort ermee in, laat het product even inwerken en wrijf daarna het teveel weg met een zachte doek.


Je garagepoort opfrissen is één iets. Maar sta er bij het renoveren van je garage ook bij stil dat zo’n poort vaak slecht isoleert. Dat kun je gedeeltelijk verhelpen door er zelf harde isolatieplaten tegen te zetten, zoals bijvoorbeeld uit XPS (dat is geëxtrudeerd polystyreen).


Om zo weinig mogelijk plaat te verspillen, kun je de volgende rij steeds met het reststuk beginnen. Zo werk je verder tot de poort opgevuld is.

 


Heb je nog een garagepoort die je manueel moet opendoen, dan kun je die zelf automatiseren. Controleer dan wel eerst of je poort aan de juiste vereisten voldoet; die vind je op de verpakking van de motor. Het is ook belangrijk dat de poort halverwege kan blijven staan en niet automatisch dichtgetrokken wordt door de veren.

Zorg in eerste instantie voor een stopcontact naast de poort, als dat er nog niet is.


Als je een stopcontact wilt toevoegen, schakel dan natuurlijk eerst en vooral de zekering van de garage uit. Verwijder dan de oude behuizing en schroef de klemmen los. Daarna zet je de nieuwe contactdoos op de muur en plaats je een elektrobuis naar het nieuwe stopcontact. Duid dus eerst aan waar het moet komen. Met klemmen maak je een pvc-buis vast waar de elektrische draden doorlopen. Aan het einde komen ze dan uit op het nieuwe stopcontact.


In een ideale situatie zouden je kabels uitlopen op je huidige stopcontact, en kun je van daaruit doorlussen naar het volgende. Maar het kan zijn dat je ook nog rekening moet houden met de verlichting. In dat geval maak je gebruik van steekklemmen, zodat je een extra aansluiting kunt voorzien.

Als alle draden dan aangesloten zijn, zet je alles op zijn plaats en bevestig je de voorkant van de contactdoos. Ook het stopcontact voor de motor kun je nu volledig installeren.

In een volgende fase plaats je de motor voor je garagepoort. Maak daarvoor eerst de vergrendelingsstangen van de poort los.


Plaats de verbindingsbeugels en zet ze vast met een schroevendraaier. Span de riem aan via de daarvoor voorziene schroef.

Dan bevestig je de motor aan de geleider. Plaats de aandrijfas erop zet hem vast met beugels.

De rail komt aan het midden van de poort te zitten. Boor een opening om de beugel aan de muur vast te schroeven. Bovenaan op de poort komt dan de bevestigingsbeugel.

In de bovenste beugel plaats je de rail. Je maakt hem vast met bout en moer, maar nog zonder hem volledig aan te spannen.

De ophangbeugels van de motor moeten ook nog aan het plafond komen. Hangen er balken, zoals hier, voorzie daartussen dan een kleinere balk om de motorbeugels tegen te hangen. Leg de rail in het midden en controleer of hij waterpas hangt. Meet de afstand tussen de bevestigingspunten in de motor. Zo weet je op welke maat je de bevestigingsbeugels moet plooien, waarmee je de motor aan de balk of aan het plafond vasthangt.

 


Daarna programmeer je de motor. Open de poort helemaal en stel die positie in. Daarna sluit je hem weer en bevestig je ook het ideale sluitpunt in het systeem. Het is belangrijk dat de poort dan niet volledig aansluit met de bodem, want als hij weerstand voelt, opent hij weer.

Je kunt ook nog een noodontgrendeling plaatsen, die ervoor zal zorgen dat je tijdens een stroompanne toch nog binnen kan. Daarvoor boor je met behulp van de mal in het midden van de poort een aantal openingen. Daarna wordt de noodstop bevestigd. Die bestaat uit een draad met een slot. De draad wordt aan de stop op de rail bevestigd met enkele snelbinders en een bout. Mocht er dan panne zijn, kun je via een sleutel het slot openen en via de draad de manuele ontgrendeling in werking stellen, waardoor je de poort met de hand kunt openen.

Je kunt nu buiten de poort ook nog een codeklavier installeren. Je stelt de code in en hangt het klavier dan buiten op. Je automatische poort is nu volledig klaar voor gebruik.
Heb je voldoende ruimte, dan kun je je garage inrichten als werkplaats. We geven daarvoor een aantal ideeën.
Een extra kast om bijvoorbeeld klusmateriaal, vuilnisbakken en allerlei ditjes en datjes in op te bergen, komt altijd van pas. Je kunt zo’n kast zelf op maat maken.

Bepaal eerst wat je precies in je kast wilt kunnen opbergen en teken dan een ontwerp op basis van die maten. Noteer de binnenmaten, maar ook de totale maten, rekening houdend met de dikte van je platen.

Dan maak je een zaagplan op. Dit kun je bijvoorbeeld meegeven in de plaatselijke houthandel, om je hout op maat te laten zagen.
Eerst en vooral teken je op de achterwand van de kast uit waar alle onderdelen zullen komen. Met een reststukje kun je de dikte van de planken snel aftekenen.

Duid al aan waar je zult boren. Een tip: als je op een stuk resthout alle mogelijke maten aanduidt, kun je ze daarmee snel overzetten op je plaat.

Boor dan op die punten voor. Tape de delen af waar straks de zijwanden en legpanelen tegenkomen. Die mag je namelijk niet verven, omdat anders de lijm niet goed zou hechten.

De zijwanden kun je ook al voorbereiden. Je kunt de bovenste hoeken afronden door af te tekenen met een verfpot en ze uit te zagen met een decoupeerzaag. Verwijder dan de oneffenheden met een vijl en schuur glad met schuurpapier.
Gebruik de achterwand om de locatie van je legplanken op de zijwanden te bepalen. Zorg er wel voor dat de onderste zijdes perfect gelijk liggen. Je kunt opnieuw een hulpstuk gebruiken om aan te duiden waar je moet boren. En ook dan boor je weer voor. Als je de schroeven later volledig wilt kunnen wegwerken, gebruik je een soevereinboor.


In een volgende stap mag je een primer aanbrengen, zodat de verf daarna beter hecht. Als de primer droog is, kan je aan het verven slaan. Doe meteen ook al de legplanken.

Als je dan de tape verwijderd hebt en de verf volledig gedroogd is, kun je beginnen met de onderdelen te monteren.

Start bij de grote legplank, die ondersteund wordt door een hulpstuk met rechte hoek. Dat wordt in het paneel geschroefd. Breng lijm aan op de verbinding en controleer met een hulpblokje of de afstanden tot de uiteindes wel gerespecteerd zijn. Schroef dan beide planken via de onderzijde aan elkaar.

Nu is het de beurt aan de wanden. Schroef die vast aan de eerste legplank en aan de achterwand. De kleinere legplanken en tussenwanden kunnen daarna volgen.

Wieltjes zijn nog een handige toevoeging als je de kast gemakkelijk wilt kunnen verplaatsen. Duid aan de onderkant van de bodemplaat aan waar ze moeten komen en zet de schroeven er al in vast. Daarna kun je de bodem op zijn plaats lijmen. Ter versteviging schroef je nu nog een extra plaat vast over de wielschroeven. De wieltjes bevestig je dan met sluitringen en moeren.

Vervolgens lijm je nog een extra versteviging tussen de twee kastdelen. Daarvoor kun je een reststuk gebruiken.

Zet de kast rechtop en plaats het werkbladgedeelte bovenaan. Breng lijm aan op de tussenwanden en schroef het bovenblad stevig vast. De schroefgaten kun je achteraf opvullen met wat houtvulmiddel.

Deze garagekast moest ook een opbergplaats worden voor vuilniszakken, dus maak de vuilnisbakken nu op maat. Teken daarvoor eerst de maten van de vuilniszakken uit. Laat een aantal platen op maat zagen uit betonplex; dat is een materiaal dat goed bestand is tegen vuil en vocht. Lijm en schroef de onderdelen in elkaar tot een box. De bodem van de PMD-bak laat je een beetje open zodat je die later gemakkelijk kunt reinigen. En ook hier schroef je nog een paar wielen vast zodat je de bakken kunt rollen.

Om te verhinderen dat de bakken tegen de kast schuren, plaats je binnenin aan beide zijdes nog een geleider. Die maak je door de diepte van de kast op twee latten af te tekenen en ze op maat te zagen; doe dat telkens aan één zijde in verstek. Boor dan voor met de soevereinboor, zodat de bakken straks gemakkelijk langs de schroeven kunnen glijden. Meet de hoogte af waarop de bakken komen en bevestig daar de latten met enkele schroeven.

Als afwerking schuur je de gevulde schroefgaten glad en breng je er nog een laag verf op aan om ze volledig weg te werken.

De kast is nu klaar voor gebruik en kan op zijn plaats gezet worden.
Een extra tip voor in je garage: om bij het binnenrijden meer zicht te hebben op de zijkanten van je wagen, kun je een spiegel plaatsen. Daarvoor hoef je in feite niet per se te boren, want er bestaan kleefstrips die het gewicht van een spiegel kunnen dragen. Maar als je zeker wilt zijn, dan gebruik je spiegelklemmen. Je priemt even voor, schroeft de twee onderste vast, zet de spiegel erin en duidt aan waar de bovenste klemmen moeten komen. De spiegel zet je dan vast door hem eerst in de twee bovenste en dan in de twee onderste klemmen te schuiven.

We hebben nu al een opbergkast, maar gereedschap dat je vaak gebruikt, wil je niet te ver wegsteken. Een gereedschapsrek komt dus van pas; we maken er eentje zelf door legplanken met een uitsparing tegen een kader te hangen. In die legplanken komen dan gaten om schroevendraaiers en ander gereedschap van verschillende groottes in op te bergen. De exacte maten voor deze klus vind je in het bijhorende bouwplan. Informeer je daarvoor op de website.

Voor het maken van de legplanken start je vanuit een lange plank, waar je een dunne lat tegenlijmt en vasthamert met enkele nagels zonder kop.

Lijm een tweede plank vast op de eerste, die net tot tegen de lat komt. Hamer ook die vast met koploze nagels.

Maak een aantal van deze legplanken. Later zul je ze in stukken zagen, naargelang de gewenste inrichting van je gereedschapsrek.


Daarna kun je het kader maken. Dat zal uit allemaal latten bestaan, waar een beetje speling tussenzit. Start vanaf een leeg kader met één lattenhoek van 90 graden. Zo heb je altijd een correcte referentie voor een rechte hoek, zonder dat je telkens een winkelhaak nodig hebt.

Plaats een lat haaks op een eerste lat in de hoek en bevestig die met lijm en nagels.

Zorg voor een plankje met dezelfde breedte als de speling die je tussen de latten zult voorzien. Zo hoef je nooit af te meten waar de volgende lat moet komen. Bevestig dan de volgende lat en werk zo verder.

Nu de horizontale latten al langs één kant vastzitten, draai je ze om en bevestig je ze ook aan het andere uiteinde met lijm en nagels.

Om de latten nu een stevigere basis te bieden, plaats je nog een derde plank daaronder in het midden.


Zaag de latten op maat en maak daarin een schuine zaagsnede. Het ene deel zal dan tegen het kader bevestigd worden, en het andere deel als steun tegen de muur. De delen zullen mooi in elkaar haken.

Boor de gaten voor de schroeven op zo’n twintigtal centimeter van elkaar voor.

Let goed op bij de bevestiging van de stukken: het ene deel van de lat komt telkens op het kader, en het andere deel komt tegen de muur. De stukken op het kader lijm en schroef je vast.

Teken dan de positie van het bord af op de muur. Duid ook aan waar het steungedeelte van de lat moet komen. Boor lichtjes in de muur op de punten waar je al voorgeboord had in de lat. Daarna boor je met de klopboor op hamerstand volledig in de muur. Zet de pluggen op hun plaats en bevestig de steunlatten met een schroef.

Als je het kader nu op zijn plaats zet, moet het stevig blijven vasthangen.

Nu kun je verder met de legplanken waaraan je het gereedschap zult ophangen. Je verzaagt ze, afgestemd op de grootte van het gereedschap, zoals bijvoorbeeld de schroevendraaiers. Leg de gereedschappen naast elkaar uit en duid op de legplank aan hoe lang het stuk moet worden. Duid ook aan waar de schroevendraaiers moeten zitten. Dan zaag je de plaat op maat. Schuur de hoeken af en boor de gaten waar de schroevendraaiers door moeten komen. Daarna kun je ze op hun plaats hangen op het bord.

Voor andere gereedschappen, zoals tangen, ga je op een gelijkaardige manier te werk: je legt ze naast elkaar uit en duidt op de legplank aan waar ze moeten komen. Daarna boor je de gaten uit. Voor grotere gereedschappen zul je wel een klokboor, speedboor, potboor of slangenboor nodig hebben.

De legplanken waar de houtzagen aan komen te hangen, maak je iets korter zodat ze niet in de weg komen te zitten van de rest van het materiaal. Duid het midden aan van de voorkant van het blokje; aangezien op dat punt een deuvel komt, boor je daar in. Lijm de deuvel vast. De houtzaag kun je er dan aan ophangen. Voor sleutels gebruik je hetzelfde systeem.

Voor een ijzerzaag volstaat het om twee legplankjes op een afstandje van elkaar te hangen.

Als je hamers wilt ophangen, maak je een gat dat voor een opening zorgt in de voorkant van de legplank. Daar kan je de steel dan doorschuiven.

Op deze manier werk je verder, tot je tevreden bent over de inrichting van je gereedschapsrek. Een handigheid is dat je achteraf gewoon de legplankjes verschuift naar behoefte.
En nu we toch over ophangsystemen bezig zijn: een fietskapstok komt ook van pas als je plaats wilt besparen in je garage. Om de banden niet te belasten, maken we hier een systeem waarbij je de fiets aan het frame ophangt. Het is ook nog eens voorzien van een klep, waardoor je er kleine dingen in kunt opbergen.

Zorg er bij het bepalen van de afmetingen voor dat de breedte van je fietskapstok groter is dan de helft van de breedte van je fietsstuur. Zo botst het zeker niet tegen de muur aan.

Zaag op een houtplaat alvast de twee zijkanten uit. Hier moet de uitsparing in komen. Kies een diameter die ervoor zal zorgen dat de fiets er gemakkelijk in kan haken. Duid aan op de houtplaat waar je zult zagen; houd daarbij opnieuw rekening met de afstand van de helft van je stuur.


Zaag uit met de decoupeerzaag, en vijl dan eventueel bij waar nodig. Als je de ene zijkant volledig gedaan hebt, kun je de opening gewoon aftekenen op de andere zijkant.

Maak dan de onderkant en de achterkant van de kapstok op maat.


Het voorste paneel zaag je schuin af, zodat het mooi overloopt in de uitsparing.

Hier wordt gewerkt met inboorscharnieren. Je tekent daarvoor het centrum over op je plank. Nadat je dat hebt ingeboord, schroef je het scharnier vast.

Als je het deksel gemakkelijk wilt kunnen openen, boor je ook nog een gat waar je een lus door kunt steken.


Nu kun je de scharnieren vastschroeven. Verlijm dan een afdekplank boven de fietshouder. Als dat allemaal gedaan is, kun je het hout nog voeden met een olie op waterbasis.

Voor de lus, waarmee je het deksel opent, zou je leder kunnen gebruiken dat je simpelweg recupereert uit bijvoorbeeld een oude handtas. Dat snijd je met een textielschaar op maat. Om erin te kunnen boren zonder dat het leder begint rond te tollen, leg je het stuk tussen twee planken. Klem ze stevig vast en boor erdoor. Zet het vast in het deksel met een bout.

Dan moet je enkel nog een gat boren op de plaats waar de bout neerkomt. Je fietskapstok is nu klaar voor gebruik.

Het is duidelijlk dat een garage met voldoende ruimte gerust multifunctioneel kan zijn. Zo kan hij ook dienstdoen als wasplaats. Natuurlijk zou je daarvoor de geschikte opbergkasten kunnen kopen, maar wij zetten ze liever zelf in elkaar.


Het voordeel van op maat gemaakte kasten in de garage is dat je bij het ontwerpen rekening kunt houden met eventuele in de weg liggende buizen en die erin kunt verbergen.

Om te beginnen, haal je eerst de oude toestellen weg en meet je alles nauwkeurig op.

Verwijder siliconenresten met een breekmes of indien nodig met aceton.


De meubelen maak je uit MDF, dat je ofwel op maat laat zagen in de doe-het-zelfzaak, ofwel zelf verzaagt met een cirkelzaag. Stel die in op de juiste diepte en plaats platen die dezelfde breedte moeten krijgen op elkaar om sneller te werken. Zo zaag je ze alvast in de lengte op maat.


Voor het zagen op breedte heb je in het midden in feite een extra schraag nodig, maar heb je die niet, dan leg je een tweede plaat onder degene die je op maat zult zagen.

Vervolgens boor je de gaten voor de connectie tussen de kasten, voor de kastbankdragers en voor de scharnieren al voor. Doe dat telkens op ongeveer 5 centimeter van de rand, zodat het hout daar niet gaat splijten.


Op de verpakking van je scharnieren staat een boorplan, waar ook op vermeld staat welke boor je nodig hebt. Je legt het sjabloon op je hout en tekent zo af om te weten waar je moet boren. Gebruik een boorstatief om er zeker van te zijn dat het gat perfect recht is.


Na het voorboren breng je primer aan; zeker bij MDF is dat onontbeerlijk.

Schuur dan de kanten van het hout bij.

Nu kun je het hout schilderen in een kleur naar wens.

Als alles gedroogd is, kun je beginnen met de montage in de wasplaats.


Voor je de onderdelen aan elkaar vastschroeft, controleer je of ze wel haaks staan. Meet ook na of de afstanden telkens identiek zijn. Als alles klopt, kun je de elementen vastschroeven.


De bevestiging tegen de muur gebeurt pas nadat alle kastelementen zeker waterpas staan. Om de legplanken op dezelfde hoogte van de grond te krijgen als de zijkanten van de kasten, plaats je bovenaan en onderaan houten blokjes. Daarna kun je de legplanken aan de zijkanten vastschroeven.

Hierna monteer je het geheel waterpas aan elkaar. Het tablet voor op de kasten maakt Roger hier vast door middel van verbindingsbeslag; één deel komt dan aan de zijkant van de kasten te zetten, en het andere deel op het tablet zelf. De tabletten die aan de bovenkant van de kasten komen, schroef je ook bovenaan vast zodat de schroeven niet zichtbaar zijn.

Monteer alle legplanken en ook de deuren. Plaats de scharnieren op de punten die je al aangeduid had. Indien nodig kun je nog wat bijregelen.


Nu je kasten er staan, kun je ze inrichten en ook de wasmachine plaatsen.


De afvoerbuizen moeten minstens 60 centimeter hoog liggen om te vermijden dat het water uit de machine loopt tijdens het wassen. Geurhinder vermijd je door een sifon te plaatsen of er één te creëren door middel van bochten.

Leg een rubbermat onder de wasmachine om het geluid te dempen. De buis van de wasmachine hang je los in de afvoer, zodat de lucht eruit weg kan op het moment dat er water bijkomt.

Bevindt je garage zich in een lager gelegen deel van de woonst, dan moet er ook een pompsysteem geïnstalleerd worden om het water naar het niveau van de gelijkvloers te krijgen.
Tot zover deze aflevering over het renoveren en inrichten van je garage. Wil je alles meer in detail bekijken, dan vind je onze video’s natuurlijk terug op www.dobbit.be, en als je je inschrijft op ons gratis online magazine blijf je ook nog eens iedere week op de hoogte van alle nieuwigheden op onze zender.

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.