Registreer u voor het gratis online magazine en krijgt beperkte online toegang

Registreer

ZIEKTEBESTRIJDING IN DE MOESTUIN

Dit jaar hebben we de natste zomer gekend sinds het begin van de waarnemingen. Ideaal natuurlijk dat we onze tuin niet moeten bevloeien, maar uiteraard voor de schimmelziekten is dat de ideale biotoop om te kunnen ontwikkelen. Je kan je planten echter beschermen tegen die ziektes. We overlopen enkele natuurlijke mogelijkheden.

Transciptie 

Dit jaar hebben we de natste zomer gekend sinds het begin van de waarnemingen. Ideaal natuurlijk dat we onze tuin niet moeten bevloeien, maar uiteraard voor de schimmelziekten is dat de ideale biotoop om te kunnen ontwikkelen. Hoe gaan we onze planten preventief kunnen beschermen tegen de ziektes ? Vooral schimmelziektes, maar ook zuigende en vretende insecten. We hebben in eerste instantie heermoesgier, waarvan we het sap gaan recupereren en aanlengen met water, één op tien, dit is brandnetelgier, ook identiek hetzelfde systeem, nooit puur gebruiken, altijd aanlengen met water, dan hebben we de aaltjes, die zijn ideaal, dat zijn eigenlijk microscopisch kleine wormpjes, we lossen dat eerst op in water, en nadien aanlengen om in een gieter te doen, en met de gieter gaan we dan het terrein begieten.
Hoe starten we nu met onze gier? We plukken zowel van brandnetel als van heermoes één kilo plant, op tien liter water. Dat gaat dan in een emmer, na een paar dagen begint dat te gisten, dan zien we luchtbellen, gasbelletjes, dat is – uhm – kooldioxide die ontsnapt, en dat begint hevig te stinken. Regelmatig eens in roeren, zodanig dat het mengsel goed door elkaar wordt gehaald, en na één à twee weken, als die gasbelletjes verdwenen zijn, is die klaar. En dan gaan we die filteren, dat doen we straks, sommigen voegen er ook een halve kilo suiker aan toe. Wat gebeurt er dan? Die suiker in het gistende mengsel wordt omgezet in alcohol en koolzuurgas. Koolzuurgas ontsnapt, dat zijn die gasbelletjes, maar de alcohol is eigenlijk giftig voor zuigende en vretende insecten, het zal dan nog beter werken om je planten te beschermen tegen luizen of kevers. De restsuikers die erin blijven, zorgen voor een kleverigheid. Want wat is het probleem bij die biologische middelen, telkens het regent, spoelt het weg. Door suiker eraan toe te voegen, wordt het meer kleverig zodat het beter blijft kleven aan het blad.
Wat we nu gaan doen, dat is voorzichtig, dus we hebben hier een zeef, met daaraan een nylonkous die dient om alle vaste delen op te vangen. Want als we de vloeistof nadien in een vernevelspuit gaan brengen, dan zou die spuitmond kunnen verstoppen. Dankzij die nylonkous gaan alle vaste delen worden tegengehouden en krijgen we enkel vloeistof. We gaan dat nu voorzichtig doen, want dat stinkt enorm. Voila, dat is gefilterd, die gaat de spuit niet meer verstoppen, en heeft als eigenschap – er zit daar kiezelzuur in - en heermoes is eigenlijk een plant, een oerplant die vierhonderdmiljoen jaar geleden eigenlijk al bestond op aarde. Die kan de akker, de akkerheermoes, tot wel zes meter diep wortelen, die gaat mineralen halen, heel diep in de grond, waar andere planten niet aan kunnen. Het kiezelzuur dat daar in zit, gaat de celwand van de plant versterken, en bovendien een film leggen op het blad zodanig dat de insecten daar niet doorheen kunnen. Vandaar ook, want die plant is resistent tegen alle ziektes, anders zou die geen miljoenen jaren kunnen overleven, maar wij gebruiken die eigenschappen om onze tere, gecultiveerde plantjes te beschermen tegen ziekten en plagen.
Nu, hier hebben we de rest van onze heermoes, die kunnen we heel simpel verwerken in de composthoop. Het is niet omdat die plant al een deel van zijn eigenschappen heeft afgegeven, die kan perfect nog in de composthoop, het kan zelfs gebruikt worden als mulching en zal dan ook nog een deel van zijn krachtige eigenschap aan de bodem afstaan.
Dat gaan we nu voorzichtig, want dat stinkt enorm. Nu, het bevat ook heel veel stikstof, dat wil dus zeggen dat het ook een ideale bemesting is voor alle groene planten, behalve voor ajuin en boontjes. Telkens het regent, spoelt het weg, en moet je herbeginnen. In de zomer die we nu hebben gehad, die heel nat is, moet je bijna dagelijks herbeginnen. Dat is natuurlijk vrij arbeidsintensief.
Dus we hebben hier nu onze natuurlijke bestrijding met gier, we gaan onze tomaten behandelen met heermoesgier, dat is één op vier. Dus we gaan nu ons spuittoestel voor een kwartje vullen, ik ga daarvoor m’n trechter gebruiken om niets te verspillen. […] Voila, en de rest vullen we aan met helder water. Waarom helder water? Om te vermijden dat er vuildeeltjes onze spuitmond gaan verstoppen. Voila, zo, we schroeven het nu dicht, en we pompen er lucht in. Heel belangrijk is, als we spuiten, eerst langs onder naar boven. Waarom ? De meeste schimmels zitten onderaan het blad, en als je van bovenaf bespuit, ga je het blad wel bevochtigen, maar de delen van de onderkant van het blad worden niet bereikt, en dan ga je een deel van de efficiëntie missen. Maar nu, ik heb een vriend die eigenlijk gespecialiseerd is in de kweek van resistente tomaten, dus tomaten die resistent zijn tegen de tomatenplaag. En dat is een ander verhaal waar we heel veel uit kunnen leren, zodanig dat we mislukkingen in de toekomst kunnen voorkomen.
Guy, bedankt dat we eens mochten langskomen…
Dag Georges.
… want je bent een gepensioneerd leraar in de tuinbouwschool. Wie kunnen we beter vragen om ons te helpen met het zoeken naar resistente rassen dan u, dus ik geef je het woord.
Ja, uhm, plaagresistente tomaten, zijn een deel van de oplossing eigenlijk om toch tomaten buiten te kunnen kweken. Spuiten hoeft niet, ik heb het zelfs geen enkele keer gedaan dit jaar, en toch ga je straks zien dat tomaten buiten kweken kan. Het kan, maar je moet wel tevreden zijn met enkel rode tomaten. Want bij de gewone tomaten bestaan er zowel gele tomaten, oranje tomaten, zwarte tomaten, er bestaan blauwe tomaten, bij de plaagresistente variëteiten jammer genoeg enkele rode tomaten, weliswaar, de grootte van een kerstomaat, is een mogelijkheid, schoon rond of ovaal, of je kiest voor een cocktailtomaat van ongeveer een acht centimeter grootte, en ja, een beetje later rijper, terug ook in ‘t rood. Die zijn dus ook mogelijk.
Ok Guy, dat is allemaal mooi, maar de vraag is nu: «Waar kunnen we aan die soorten geraken? Plantjes, of zaden.» De vraag is: «Hoe kunnen we volgend jaar ook plaagresistente tomaten in onze tuin zetten?»
Onder andere, Prima Bella, de drie planten die hier vooraan staan, die zijn het gemakkelijkste te vinden. Prima Bella is een zaadvaste variëteit en een soort cocktailtomaat, of een heel grote kerstomaat. Ze zijn zaadvast, dus ken je iemand die de variëteit heeft staan, en je neemt een tomaatje mee, wel, dan heb je eigenlijk als je de zaden eruit haalt, en je laat ze goed donkerrood worden, wel dan heb je ze ook. De andere variëteiten, als je meer een liefhebber bent voor de grotere tomaten, dat zijn wel hybriden, en daar zal je wel een beetje meer moeite moeten voor doen om te vinden, maar als je de namen weet, Mount Rouge, bijvoorbeeld, een redelijk grote vleestomaat. Voor mij is Damsel één van de betere ook, een grote vleestomaat, redelijk productief, ook normaal gezond ook, heel goed bestand tegen de plaag en is ook één van de lekkerste. Maar je maakt niet alleen, je eet niet alleen tomaten vers, je hebt natuurlijk ook tomaten nodig voor saus en voor soep, en dan stoort het niet dat sommige minder sappig zijn of een beetje minder zoet, of wat zuurder zijn. Ik ben vooral voorstander van meerdere variëteiten te planten…
Ja, ja, ja.
… niet één variëteit, maar hier staan tien verschillende variëteiten, en dat er dan eens eentje wegvalt, van die zogenaamde resistente variëteiten, dan is dat geen probleem, dan zijn er voldoende gezonde andere over.
Nu, Guy, op welk tijdstip zijn deze planten geplant?
Deze zijn begin mei geplant, ik denk rond 5 mei, zijn die geplant…
Na de vorst.
… uhm, na de vorst, ik volg de weersvoorspellingen heel goed op, nu, die planten waren goed afgehard, ik heb die zelf gekweekt, en die verdragen eigenlijk wel een klein beetje vorst, moest het nog vriezen, die kunnen er eigenlijk tegen. 5 mei, redelijk vroeg, sommigen wachten tot na de IJsheiligen, zolang durf ik meestal niet wachten, want dan worden de planten te groot, en ik heb graag m’n eerste trossen zo laag mogelijk tegen de grond. Er zijn mensen die wachten tot 15 mei, dan zit de eerste tros op een halve meter boven de grond, ik heb ze graag wat lager, zoals je hier ook ziet bij die Prima Bella. Die moeten bijna tegen de grond komen, zoveel mogelijk trossen dus.
Ah ja, hier staan we dus bij die latere plantgroep.
Dus ze zijn begin juli geplant, heel laat, ik had die planten eigenlijk al in begin juni beginnen kweken, in het vooruitzicht dat het misschien een natte zomer zou zijn voor de tomaten, en daarom heb ik die hier ook geplant, ook heel ruim van elkaar.
Is het niet aan te raden om toch een overkapping te plaatsen?
Voor de plaagresistente variëteiten is het normaal gezien niet nodig. Samen met de trucjes die je al vernoemd hebt: ruime plantafstand, verdachte bladeren op tijd wegnemen, bladeren die tegen de grond komen wegnemen, boven de onderste trossen ook enkele bladeren wegnemen zodat de zon ook de vruchten kan bereiken, zeker vanaf augustus, eind september, mag de zon rechtstreeks op de vruchten schijnen. Als je de bladeren te vroeg wegneemt, en je krijgt een hittegolf, dan krijg je wel meer kans op zonnebrand, en heb je ook kans op groenkragen. Nu, deze soorten hebben geen problemen met die groenkragen.
Wat zijn groenkragen?
Groenkragen is het verschijnsel waarbij het bovenste deel er donkergroen uitziet. Dat is heel goed te zien hier. Hier bij deze vrucht. Bovenaan is dat heel donker, en onderaan is dat lichter, maar als ze rijpen, valt dat niet meer op omdat ze lichtgroen zijn van kleur en dat valt niet op. Bij oudere variëteiten valt dat wel op, en dan heb je een heel taaie, groene laag bovenaan. Hier is er zeker geen probleem, je kan die tot net aan het steeltje opeten. Die blijven lekker, maar op tijd wat blad wegnemen.
Nu ik zie, als het regent, hier zit er een klein putje, dan blijft het water erin staan. Is dat geen probleem?
Dat is een probleem, en die kunnen dan op die plaats makkelijker barsten. Vooral de grotere vleestomaten hebben er meer last van. De wat kleinere tomaten, de cocktailtomaten, heeft er geen last van die barsten op de schil, rond het steeltje, dat water loopt er gewoon af, maar de dikste tomaten hebben er wel problemen bij. Vandaar dat ik zelf ook twee keer per week, van zodra de tomaten ongeveer die kleur hebben, of een klein beetje rood worden, van die eigenlijk al af te plukken, maar bij deze geeft het niet, het is wel zo, de vogels, als ze volledig rood zijn, die durven er ook schade aan brengen, en de slakken, tjah, als ze mooi rood zijn, die durven er ook wel van snoepen. Daarom, vanaf eind augustus, als ze een beetje rood worden, afplukken, om te voorkomen dat ze gaan barsten, hier rondom. Nu, als je ze op tijd plukt, worden ze niet rot, laat je ze volledig rood worden en er zijn barsten in, en het water blijft erin staan, dan beginnen ze hier na verloop van tijd te rotten. Het is geen tomatenplaag, geen Phytophthora, het is gewoon een goedaardige, een vervelende schimmel, die maakt dat je die tomaat ook voor een stukje verliest.
Ja.
Maar als je dan weet dat ze meestal op glaswol en water gekweekt worden met scheikundige bemesting, dan weet je het wel. Hier, in de volle grond, langzaam kunnen groeien, langzaam kunnen rijpen.
Met compost. Met grasmaaisel. Mulch. Met liefde. Met zonlicht als er te weinig zonlicht is. Regen. Niet moeten gieten dit jaar. Dat is één van de voordelen.
Ja, absoluut.
Goed, we zijn nu terug van Guy. Nu gaan we verder met een ander middeltje. Dat is de gier van brandnetel. Brandnetel dat kent iedereen, dat vind je overal, maar brandnetel is zeer stikstofrijk. Het is dus niet alleen een middel tegen zuigende en vretende insecten, maar ook een prachtige bemesting voor je plant omdat ze veel stikstof bevat. Bijna alle planten houden van stikstof, behalve ajuin en boontjes. Daar mag je het zeker niet toepassen.
We gaan een tiende brandnetelsap, en de rest, negen tienden water eraan toevoegen .. voila. Dus, niet op de boontjes, niet op de ajuinen, al de rest kan geen kwaad! Hier, de wortelvlieg kan je bestrijden, met brandnetelgier, en bovendien zal je zien dat je planten een boost van krijgen, ze zullen beter groeien, omdat de stikstof ervoor zorgt dat de bladgroei beter wordt. Wortelen hebben nu niet zoveel stikstof nodig, maar toch zal je zien, als de aantasting door de vretende insecten weg is, gaan je planten uiteraard ook veel beter groeien, hé.
Dit jaar, een extreem vochtige zomer, is voor slakken een ideale biotoop om te kunnen gedijen, en vooral om zich te kunnen vermenigvuldigen. Iedere slak maakt wekelijkst tientallen tot wel honderden eitjes aan, en binnen de korste keer heb je een ware invasie, en ze vreten alles op. Ik moet je daar geen tekening bij maken, slakken zijn echt een boosdoener in de tuin. Nu, we kunnen die op verschillende manieren bestrijden. Een van de manieren die het meest biologisch is, zijn aaltjes. Die aaltjes zijn verpakt, dat zijn levende beestjes, dat zijn microscopisch kleine wormpjes, die gaan binnendringen in de mond en openingen van de slak, gaan daar binnendringen en gaan de slak van binnenuit vernietigen, bovendien zullen ze daar terug eitjes leggen, en zich daar vermenigvuldigen. In het begin van het seizoen kan je een behandeling toepassen, met die aaltjes, en die zullen er voor de rest van het seizoen voor zorgen dat de slakken uitgeroeid worden. Dat ze zeker de kans niet krijgen om zich te vermenigvuldigen.
In zo’n zakje zitten honderd miljoen aaltjes, die moeten koel bewaard worden. Een temperatuur tussen de 4 en 8 graden Celsius. De houdbaarheidsdatum staat erop, dat is één maand. Natuurlijk, hoe vlugger je het kan toepassen, hoe beter. Dan zijn ze nog allemaal heel actief. We gaan het zakje openscheuren. Kijk, en dat is een wit poeder, het lijkt een beetje op bloem, en dat gaan we oplossen in water. Kijk, dus nu gaan we één liter in de gieter doen, voila, de rest gaan we aanvullen, de trechter mag weg, de rest gaan we aanvullen met helder water. Eigenlijk moeten we gewoon eens uitrekenen welke oppervlakte we kunnen bestrijken met één gieter. Stel nu dat dat tien vierkante meter is, dan heb je vijf gieters nodig om vijftig vierkante meters te bevloeien.
Voila, vandaag hebben we toch weer heel interessante zaken over ziektebehandeling, ziekten en plagen, zuigende en vretende insecten, en vooral de schimmels in onze natte zomer, bovendien heb je kunnen zien dat er in de natuur nog planten zijn die resistent zijn tegen ziekten zodanig dat we minder moeten sproeien. Er is altijd wel een oplossing, de natuur biedt ons die oplossingen, wij moeten ze alleen maar gebruiken. Dank u!

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

 

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.