Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Richt zelf je hal in (deel 1)

In deze reeks richt Roger de hal in. Het plafond moet er nog in. En dat is het eerste werk voor je aan de afwerking kan beginnen. We doen dat met gipskartonplaten op een latwerk.

Transciptie 

Voor we aan de slag kunnen met gipskarton, moeten we eerst het plafond nog uitlatten. Daarvoor gebruik je houten latten, een zaag en een schroefboormachine. Werk je in betonnen gewelven, dan kan je werken met pluggen en regelschroeven. Werk je in houten balken, dan kan je gewoon schroeven en kaleerblokjes gebruiken.
Eerst zaag je de houten latten op maat van je ruimte. Een simpele handzaag is daarvoor ruim voldoende.
Boor gaten voor ongeveer om de vijftig centimeter.
Deze gaten boor je dan door in je betonnen gewelven. Dat doe je in dezelfde diameter als de voorgeboorde gaten. Je gebruikt hiervoor beter een boorhamer. Dat gaat een pak vlotter vooruit als je in beton moet boren.
In de holte steek je een plug. We gebruiken hier universele pluggen, maar je kan net zo goed spreidpluggen gebruiken in beton.
Dan breng je er regelschroeven in aan. Dit zijn schroeven die schroefdraad hebben onderaan en een schroefdraad in een dikkere diameter aan de kop. Het onderste gedeelte maakt zich vast in de plug en het bovenste gedeelte in het hout. Bij deze schroeven gebruik je een plug in dezelfde diameter als de kop. Zo kan je met dezelfde diameter boren in je latten en je ondergrond.
Je kan de schroef later nog uitdraaien om het plafond vlak te maken. Maar bij betonnen gewelven zullen er waarschijnlijk niet te veel oneffenheden zijn.
We voorzien een lat om de dertig centimeter. We zagen daarom ook twee balkjes met de correcte tussenafstand. Is er een balk geplaatst, kunnen we meteen de plaats van de volgende balk aanduiden aan de hand van deze hulpstukken.
We gaan zo verder tot het volledige plafond bekleed is. Lopen er kabels over het plafond? Zorg dan voor een uitsparing waar de kabel moet lopen.
We zijn klaar met de benedenverdieping en we kunnen naar de eerste verdieping verhuizen. Boven is de constructie in houten balken. Daar kan je dus rechtstreeks inschroeven. We boren de plafondlatten wel eerst voor. Doe dat op de plaats waar de balken zitten. Je kan er ook al een schroef in steken. Zo zit de balk meteen op zijn plaats om vast te schroeven.
Ook hier hebben we hulpstukjes gemaakt zodat de balken precies op dertig centimeter van elkaar komen te liggen. We hebben het zo gemaakt dat je het op de plafondlatten kan leggen. Dat werkt een pak gemakkelijker. Schroef nu alle houten latten tegen de balken aan.
Werk je op een houten constructie? Dan zal je waarschijnlijk wel wat werk hebben om je plafondlatten in één vlak te krijgen. De handigste methode om dat te doen, is met een laserwaterpas. Maak die vast zodat deze een waterpaslijn over de hele ruimte projecteert.
Bepaal nu het laagste punt in de ruimte aan de hand van de laserlijn en je meter.

Heb je geen laserwaterpas, dan kan je die huren. Of je gaat aan de slag met een lange waterpas.
Het verschil met dat laagste punt kan je opvangen met kaleerblokjes. Welke dikte je nodig hebt, kan je aflezen op je meter.
Schroef de plafondlat dan even los en steek de juiste dikte van je kaleerblokjes achter de lat. Schroef ze dan terug vast.


Om de gispkartonplaten te bevestigen gebruik je schroeven. Daarvoor heb je een schroefboormachine nodig. Om ze op maat te maken gebruik je een breekmes.
Plan een beetje vooraf en meet even de lengte van de ruimte op. Bereken of je aan het andere eind geen te kort stuk plaat hebt. Desnoods neem je wat meer van de eerste plaat weg.
Je maakt een gipskartonplaat heel gemakkelijk op maat. Je snijdt eerst het karton bovenaan door. Doe dat het best langs een regel. Zo snij je recht.
Dan breek je de plaat. Ze zal perfect op de snijlijn doormidden breken.
Als laatste snij je dan ook het karton langs de achterkant van de plaat door.
Nadat je de afgeschuinde kant hebt verwijderd, moet je de plaat in de breedte ook nog op maat maken. Dat doe je volgens hetzelfde principe.
Je kan dan de plaat naar boven brengen. Daarvoor kan je gerust wat hulp gebruiken. Ondersteun de plaat even tot je alles hebt vastgeschroefd.


Je gipskartonplaten plaats je, volgens de regels van de kunst, altijd haaks op de lattenstructuur.
Een plafond plaatsen is het best iets wat je met twee of meer personen doet. Zeker als je, zoals ons, kiest om brede platen te gebruiken, is het quasi onmogelijk om de platen op je eentje naar boven te krijgen en vast te schroeven.


Voorzie een schroef ongeveer elke vijftien centimeter.
De schroefkoppeling zorgt er voor dat je je schroeven niet door het karton heen schroeft. Doe je dat wel, dan verliest het gipskarton zijn stevigheid en hangt het niet goed vast. Om ze correct te gebruiken stel je de slipkoppeling van je boormachine in op maximum.
Boven is ons plafond toe, maar beneden moeten we nu nog aan de slag.
Begin weer met een stuk waar je de afgeschuinde kant van hebt afgesneden. Die heb je niet nodig tegen de muur.
Je kan complexe vormen uit de gipskartonplaten zagen met je decoupeerzaag. Zorg wel voor een aangepast zaagblad voor gipskarton. Rechte stukken snij je het best af. Dat is sneller én je maakt minder stof.
Nu het plafond is bekleed met gipskarton, moet je de naden en schroefgaten nog dichtsmeren. Daarvoor gebruik je gips, een menger, een truweel, een plamuurmes en een plakspaan.
Maar eerst kleven we nog gaasband op de naden. Deze is zelfklevend en scheur je gemakkelijk af langs je plamuurmes. De gaasband voorkomt scheuren op de plaats van de naden.


Doe er dan het poeder bij. Meng alles goed door. Omdat het hier over niet zo’n grote hoeveelheid gaat, kan je alles gemakkelijk mengen met een menger op je boormachine. Meng het gips tot een smeuïg geheel.
Is je vulgips klaar? Dan kan je de naden en de schroefgaten vullen.


Bij het vullen van de naden mag je enkel de rand van de platen raken en nooit met je plamuurmes in de naad komen. Anders beschadig je het verse gips. Neem dus ook een plamuurmes dat voldoende breed is om die opening te overbruggen. Neem een plamuurmes dat ongeveer vijftien centimeter breed is.
Je moet ook niet meteen heel de naad vullen. Je kan gerust in delen werken. Zo hou je overzicht op wat er al gebeurd is.
Ook de schroefgaten moet je nog opvullen. Vul ze en strijk het overtollige gips weg in de andere richting.
De dagkanten van de ramen moeten we hier nog afwerken. Met het vulgips kan je die mooi glad afwerken.


Je zal zien dat het gips in de naden licht is aangetrokken en hol staat. Om een glad eindresultaat te hebben, moet je dus nog een afwerkgips aanbrengen.
Voor je die aanbrengt, verwijder je eerst de bramen langs de naden en bij de schroefgaten.
Dan herhaal je alle vijf de stappen met een afwerkgips. Het enige verschil is, dat je deze keer een plakspaan gebruikt. Zo kan je breder afwerken.
Eerst overvul je weer de naad met gips. Strijk dan het teveel aan gips weg door druk uit te oefenen op de zijkant van de plaat. Eerst links en dan rechts.
Het teveel in het midden neem je weg door er met je plakspaan er nog eens over te gaan terwijl je beide kanten raakt. Oefen nu geen druk uit.
Als laatste stap strijk je nog eens over de naad met je plakspaan, zonder druk uit te oefenen.
Ook de schroefgaten vul je nog eens op met je afwerkgips.
 
Om gips te schuren, werk je het best met een schuurgaas. Deze loopt minder snel vol dan een schuurpapier en gaat dus langer mee. Hier is het voldoende om nog een licht te schuren met een fijne korrel.
Schuren is sowieso een stoffige bedoening. Om het stof weg te voeren, kan je een ventilator bij het venster plaatsen. Zorg er dan wel voor dat hij naar buiten blaast.

 

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Dobbit 

Dobbit maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.